Nieuws

De enkel-armindex: beste beentje voor

Gepubliceerd
3 december 2014
De enkel-armindex bepalen is een gecompliceerde protocollaire handeling. Het blijkt dat 28% procent van de ondervraagde praktijken in Wales de bepaling verkeerd uitvoert. Fouten in deze bepaling kunnen leiden tot onder- of overbehandeling van perifeer arterieel vaatlijden. Aangezien iemand met deze aandoening behandeld dient te worden als hij aan hart- en vaatziekten lijdt, kan dit de nodige consequenties hebben.
Jane Davies et al. voerden een grote enquête uit onder huisartsen in Wales. Hieruit bleek dat slecht 39% van de praktijken de enkel-armindex (EAI) goed bepaalde, 28% dit niet correct deed en dat in 27% van de praktijken geen EAI bepaald werd. Opvallend is dat de resultaten in eerder – onder meer Nederlands – onderzoek niet positiever zijn. De meeste fouten werden gemaakt bij het onvoldoende rust nemen voor de meting, meestal uit tijdgebrek maar ook door gebrek aan kennis over de invloed van rust op de meting. Daarnaast kwamen verkeerde apparatuur en het verkeerd delen van de gemeten waarden veel voor.
Niet geheel onverwacht komen verpleegkundigen beter uit de bus dan de huisartsen zelf. Tussen de soorten verpleegkundigen waren wel verschillen, mede bepaald door het aantal metingen per maand. Slechts in 27% van de praktijken werd de EAI vaker dan viermaal per maand uitgevoerd. Training van verpleegkundigen speelt een grote rol: bij uitgebreide training wordt de meting stukken betrouwbaarder.
Hoe kunnen wij onze EAI betrouwbaarder maken? De auteurs komen met tips: plan voldoende tijd in. Laat de metingen uitvoeren door één persoon in de praktijk, zodat er ervaring opgebouwd wordt, en zorg voor goed geschoold personeel.
Jurgen Damen

Literatuur

  • 1.Davies JH, et al. Current utility of the ankle-brachial index (ABI) in general practice: implications for its use in cardiovascular disease screening BMC Fam Pract 2014;15:69.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen