Wetenschap

De huisarts en het internet

Gepubliceerd
10 september 2007

Patiënten hebben met internet drempelloos en onbeperkt toegang tot gezondheidsinformatie. Tweederde van de patiënten raadpleegt internet wel eens vóór een bezoek aan de huisarts, eenderde zegt dit ‘vaak of altijd’ te doen. En na afloop van een consult gaat meer dan de helft van de patiënten op zoek naar informatie op internet. Patiënten zijn daardoor beter geïnformeerd dan voorheen, ook als zorgvragers. Zij zoeken een tweede of zelfs een derde mening, en stappen een enkele keer naar de rechter om hun recht op zorg af te dwingen. Bij uitzondering wordt, zoals op een afdeling Spoedeisende Hulp, het recht zelfs opgeëist met een knuppel. Die excessen doen niets af aan de positieve kanten van de toegenomen mondigheid. Het is immers duidelijk dat een actieve rol van de patiënt binnen de zorg, zoals het meebeslissen over het te voeren beleid, tot betere gezondheidsuitkomsten leidt. Kort gezegd: een goed geïnformeerde en meedenkende patiënt is een gezondere patiënt. Toch brengt deze ontwikkeling ook gevaren met zich mee. Het is voor een leek niet eenvoudig vast te stellen wat ‘goede’ informatie is. Hier wringt ook de schoen van de marktwerking. Iedere huisarts ziet immers wel eens patiënten die via internet of andere media toegang hadden tot onjuiste of onvolledig informatie, vaak geïnitieerd door farmaceutische bedrijven of commerciële zorginstellingen. Het ‘voorlichtingsfilmpje’ op televisie over schimmelnagels en de Radar-uitzendingen over statines zijn twee recente voorbeelden. De mondige patiënt is overigens niet alleen op zoek naar informatie: driekwart van de bevolking wil graag online contact met de huisartsenpraktijk om vragen te stellen, afspraken te maken of herhalingsrecepten te bestellen. Ook zou ruim zeventig procent van de patiënten wel toegang willen tot het eigen elektronisch patiëntendossier.

De dienende dokter

De huisarts ziet dus steeds vaker een assertieve zorgconsument die ook elders informatie heeft verzameld en een duidelijke vraag of wens heeft. Soms betreft het een niet-zinvolle of irreële eis, meestal omdat de door de patiënt verzamelde informatie onvolledig of onjuist blijkt. Een enkele keer gaan we als dokter toch ‘mee’ met de patiënt, wellicht om een discussie uit de weg te gaan. Ook James Kennedy wees in zijn feestrede ter gelegenheid van het honderdvijftigjarig bestaan van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde op de zorgen van de ‘dienende dokter’. Waar houdt onze dienstverlenende rol op en wanneer worden we weer poortwachter? Een eisende patiënt terechtwijzen leidt vaak tot ontevredenheid, zowel bij patiënt als arts. Daar staat tegenover dat patiënten nog altijd veel meer vertrouwen blijken te hebben in de informatie van de (huis)arts dan van bijvoorbeeld de apotheker of de televisie of krant. Veel huisartsen maken hiervan inmiddels handig gebruik door een praktijkwebsite op te zetten, met praktijk- maar vooral ook gezondheidsinformatie voor patiënten. Zo is een kwart van de Nederlandse huisartsenpraktijken inmiddels geabonneerd op Praktijkinfo.nl, een eenvoudige internettoepassing die mede gedragen wordt door zowel de LHV als het NHG. Met zo’n website kunnen huisartsen hun patiënten doeltreffend en efficiënt verwijzen naar betrouwbare en onafhankelijke bronnen voor medische informatie. Ze kunnen, nog voordat het spreekuur begonnen is, patiënten helpen bij hun zoektocht naar informatie.

Elektronisch consult

Hoewel de meerderheid van de patiënten zegt online vragen te willen stellen aan hun arts, zijn er nog weinig huisartsen die een ‘e-consult’ aanbieden. Onbekend maakt blijkbaar onbemind, want de huisartsen die wél e-consulten doen, zijn hierover enthousiast. Geschikte onderwerpen voor e-consult kunnen zijn: leefstijladviezen, vragen over medicijnen, (uitslagen van) onderzoek of een eerder consult en controle en follow-up bij chronische aandoeningen. Spoedeisende zaken en (nieuwe) klachten waarbij mogelijk lichamelijk onderzoek nodig is, zijn niet geschikt voor het e-consult. Het NHG heeft een checklist ontwikkeld voor de implementatie van elektronische consultvoering in de huisartsenpraktijk. Veel huisartsen zijn bang dat het e-consult de drempel voor de patiënten verlaagt en daardoor zorgt voor een toename van de werkbelasting. Die vrees is ongegrond, zo blijkt uit onderzoek. Patiënten blijken de beperkingen van het e-consult goed te kunnen inschatten en het aantal zorgvragen neemt niet toe. Sterker nog: bij chronisch zieken blijkt online communicatie te leiden tot een efficiëntere zorg met een betere ziektecontrole voor meer tevreden patiënten.

Goed voor iedereen…

‘Moderne patiënten’ willen niet alleen maar meer gezondheidsinformatie, al dan niet van het internet; ze willen ook online communicatie met hun dokter. Huisartsen in Nederland lijken nog niet warm te lopen voor deze veranderingen. De informatietechnologie in de zorg is echter geen experiment meer, maar heeft inmiddels een volwaardige plaats verworven. De zorgconsument kan zijn vragen wellicht ook elders in de marktgerichte zorg kwijt en dit zou de poortwachtersfunctie van de huisarts kunnen ondermijnen. Door het aanbieden van via internet toegankelijke gezondheidsinformatie en online communicatie kan de huisarts de zo gekoesterde persoonlijke arts-patiëntrelatie verstevigen en efficiënter inrichten. Daar is de patiënt, maar uiteindelijk ook de huisarts bij gebaat.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen