Nieuws

De rol van apotheker-farmacotherapeut

Gepubliceerd
9 mei 2019
De helft van alle medicatiegerelateerde opnames in het ziekenhuis zou voorkomen kunnen worden door betere farmacotherapeutische zorg. Een apotheker-farmacotherapeut die volledig is geïntegreerd in de huisartsenpraktijk kan hieraan bijdragen. Uit een Nederlands promotieonderzoek blijkt dat er minder medicatiegerelateerde opnames zijn in praktijken waar een apotheker-farmacotherapeut werkzaam dan in praktijken met standaardzorg. De promovendus vond echter geen verschil tussen de inzet van apotheker-farmacotherapeuten en medicatiebeoordeling door getrainde openbare apothekers.
0 reacties

Aangezien de meeste medicijnen worden gestart of herhaald in de huisartsenpraktijk zou een apotheker-farmacotherapeut die volledig werkzaam en geïntegreerd is in het multidisciplinaire team van de huisartsenpraktijk meerwaarde kunnen hebben. De promovendus onderzocht dit gegeven in een observationeel onderzoek in negen huisartsenpraktijken. Zij verzamelde op drie verschillende momenten gegevens over de laatste tien patiënten bij wie alle stadia van medicatiebeoordeling waren doorlopen. Bij deze 270 patiënten vond zij 1292 farmacotherapieproblemen, met een mediaan van vijf per patiënt. Bij 24% van de problemen was er sprake van overbehandeling (met name protonpompremmers, bloedverdunners en diuretica), bij 21% onderbehandeling (met name vitamine D, calcium en lipidenverlagende medicatie). De aanbevelingen om de medicatie te optimaliseren, werd in 83% van de gevallen opgevolgd.

De onderzoeker keek ook naar het effect op medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames. Hiervoor maakte zij gebruik van een niet-gerandomiseerd interventieonderzoek met twee controlegroepen: standaardzorg en standaardzorg plus, waarbij de farmacotherapeutische zorg werd geleverd met een (niet in de praktijk geïntegreerde) openbaar apotheker die was getraind in medicatiebeoordelingen. Er waren minder medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames in de interventiegroep dan in de groep die de standaardzorg kreeg (relatieve risico 0,68; 95%-BI 0,57 tot 0,82). Er werd echter geen verschil gevonden tussen de interventiepraktijken en de praktijken met standaardzorg plus (relatieve risico 1,05; 95%-BI 0,73 tot 1,52). De onderzoeker wijt dit aan de pre-existente verhoogde interesse in farmacotherapeutische zorg in de praktijken met standaardzorg plus.

Alhoewel de apotheker-farmacotherapeut een groot aantal farmacotherapeutische problemen kan identificeren en oplossen, leidt deze inzet dus niet tot minder medicatiegerelateerde opnames ten opzicht van inzet van getrainde openbaar apothekers die medicatiebeoordelingen doen.

Literatuur

  • Hazen ACM. Non-dispensing clinical pharmacists in general practice: training, implementation and clinical effects. Utrecht: Utrecht University Repository, 2018 [proefschrift].

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen