Nieuws

De zegeningen van de standaarden

Gepubliceerd
18 januari 2010

Tot 1989 waren er geen standaarden. Hoe deden we het dan vroeger? Ik weet dat niet meer precies. Internet was er nog niet. De huisartsopleiding duurde één jaar en er was geen voortgangstoets. We kwamen aan onze informatie door te luisteren naar oudere collegae, boeken en H&W te lezen, en af en toe een nascholing te bezoeken. Maar dat was allemaal niet verplicht. Als we het echt niet meer wisten belden we een specialist; hij was de echte deskundige. Misschien waren we wel slechte dokters.

Het begin

Er is in twintig jaar tijd veel veranderd. Ik weet nog dat ik kennismaakte met het NHG en lid werd van de CCS (Coördinatie Commissie Standaarden). Ik verbaasde me er aanvankelijk over dat men zo ingewikkeld deed over het opstellen van richtlijnen, maar die oudere dokters wisten het natuurlijk beter. Een omgevallen boekenkast was niet meer voldoende, er diende een echte literatuursearch te worden verricht. Mijn werkje over otitis media als voorbereiding voor een standaard kon geen genade vinden in de ogen van die geleerde heren en dat was natuurlijk terecht. Niet dat er in de latere standaard nu zoveel anders te lezen was, maar het was beter onderbouwd.

Het heden

Het werken met richtlijnen is nu gesneden koek, maar aanvankelijk was de weerstand tegen die kookboekgeneeskunde fors. Huisartsen hadden nog geen kennisgemaakt met de tucht van de (klinische) epidemiologie; Sackett had net zijn boek gepubliceerd. Het toenmalige NHG-bestuur had een vooruitziende en vasthoudende blik, zo kun je achteraf concluderen. Het standaardenbeleid werd fors opgetuigd en daar hebben veel huisartsen aan meegewerkt. Toch moet het worden gezegd dat er niet erg veel is gewijzigd aan het format van de standaarden sinds de introductie van die eerste, stroeve teksten. En stilstand is achteruitgang in een bewegende wereld. Het NHG is al lang niet meer de enige partij op het speelveld van richtlijnen en onze standaarden worden voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bedoeld. Externe partijen gaan op de loop met de standaarden en verheffen de inhoud ervan tot norm. Huisartsen dreigen te worden afgerekend op het aantal patiënten met diabetes mellitus met een HbA1C boven de 7, het aantal hypertensiepatiënten met een bloeddruk boven de 140 en het aantal patiënten met een te hoog cholesterolgehalte dat geen statine krijgt. En dat moet dan nog het goede statine zijn ook.

De toekomst

Daarvoor zijn die standaarden natuurlijk niet bedoeld. De ‘founding fathers’ (het waren inderdaad allemaal mannen) van het standaardenbeleid konden zich indertijd niet voorstellen dat ziekenfondsen zouden veranderen in zorgverzekeraars die bepaalde zorg zouden inkopen en andere niet, dat er ooit een minister zou komen die de huisartsgeneeskunde in stukjes zou opknippen en bij opbod zou verkopen en dat de NHG-Standaarden daarbij als onderlegger zouden fungeren. Het wordt dus tijd om ons te bezinnen op de toekomst van de standaarden. Moeten we wel nieuwe standaarden blijven maken, klopt het format nog wel, moeten we afwegingen explicieter maken, zijn kosten een legitiem argument (of moet de politiek dat maar uitmaken) en wat is precies de positie van de patiënt? Daartoe wil deze H&W een aanzet bieden. We kijken terug, we kijken vooruit en we kijken ook over de grens. Panta Rhei, kai oudena menei, oftewel veranderen is nodig. Henk van Weert

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen