Nieuws

‘De ziekte van de wetenschap’

Gepubliceerd
2 juni 2016
Hij was nog jong, maar moe, zo moe dat hij hele dagen in bed doorbracht. In niets leek hij meer op de energieke man die kort tevoren nog door heel Europa was gereisd en overal waar hij kwam mensen had aangestoken met zijn ideeën en energie. Zijn toestand verslechterde en er werd een arts geconsulteerd. Deze stelde een opvallende diagnose: David Hume, want om hem ging het, leed aan ‘de ziekte van de wetenschap’. De behandeling: dagelijks een aantal uren in de frisse lucht en een halve fles bourgogne. Daarvan knapte Hume snel op.
Het voorval is enkele eeuwen oud, en lijkt zowel modern als achterhaald. Het idee dat werk van invloed is op gezondheid en kan leiden tot klachten (Hume leed aan wat wij nu burn-out zouden noemen) is vrij recent, dacht ik. Ook de behandeling lijkt op wat wij nu adviseren, al zouden we de wijn wat zuiniger doseren. Maar het idee dat wetenschap de gezondheid schaadt, dat is ons vreemd.
Intrigerend dat een verre collega handelt op een manier die lijkt op de onze, maar in zijn overwegingen de wetenschap afwijst als iets dat wezensvreemd en ziekmakend is. Terwijl wij de wetenschap juist als de kern van ons vak beschouwen. De geneeskunde heeft een lange geschiedenis, maar wij zijn geneigd ons vak te zien als iets van de moderne tijd. De arts van Hume had de beschikking over ervaring en gezond verstand. Ook zonder onze wetenschap hebben artsen handelingen uitgevoerd die sterk lijken op wat wij nu doen. Het belang van een goede balans tussen rust en lichaamsbeweging was al in de oudheid bekend. In de middeleeuwen werden er al pillen gedraaid, en geslikt. En ook al bevatten die pillen niet onze werkzame stoffen, was de mate van rust en lichaamsbeweging minder goed onderbouwd en waren de opvattingen over gezonde voeding en werkomgeving anders, de patiënt wist de dokter toch te vinden.
Ik vind het fascinerend dat ons handelen, dat we zelf het liefst wetenschappelijk noemen, niet alleen wordt gedreven door onderzoek en gezond verstand (het woord zegt het al) maar ook door tradities, patronen en verwachtingen die veel ouder zijn dan wijzelf. De serie over de geschiedenis van de huisartsgeneeskunde begint in de periode rond de Tweede Wereldoorlog. Wat wij in de spreekkamer doen, heeft een veel langere geschiedenis en wat de patiënten van ons willen ook.
Zo heb ik de indruk dat mensen sneller voor een hoestje dan voor een milde diarree op het spreekuur komen. Zou dat iets te maken hebben met onze laatste grote volksziekte tbc? En als cholera de laatste grote epidemie was geweest, zouden wij dan nu een point-of-care test voor diarree in de praktijk hebben? Het zijn speculaties, maar het zoeken naar evenwicht in de spreekkamer tussen tradities en verwachtingen, gezond verstand en wetenschappelijke inzichten is helemaal geen slecht idee. Ga dus, als u deze H&W uit heeft, de frisse lucht in, neem vanavond een glas rode wijn, en hoed u voor de overdrijving die ‘de ziekte van de wetenschap’ heet.
Sjoerd Hobma

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen