Nieuws

Depressie belicht

0 reacties
Gepubliceerd
10 december 2005

Deze richtlijn is op initiatief van de Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ totstandgekomen, ondersteund door het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en het Trimbos-instituut, en is tevens een herziening van de CBO-richtlijn uit 1994. In de werkgroep Depressie hebben een groot aantal verenigingen en organisaties samengewerkt. Het NHG heeft de richtlijn niet geautoriseerd omdat de deelnemende leden van het NHG van mening verschilden met de overige verenigingen. Van het verschil van mening wordt wel melding gemaakt, maar voor de inhoud ervan wordt verwezen naar de website van het NHG. Bij het formuleren van de uitgangsvragen voor de richtlijn heeft men geprobeerd om de belangrijkste bestaande controversen in de zorg zo goed mogelijk weer te geven. Deze uitgangsvragen zijn verdeeld over de hoofdstukken Diagnostiek, Biologische therapie, Pychologische/psychotherapeutische interventies en Praktisch ondersteunende interventies. De betrokkenheid van de Commissie Cliëntenparticipatie is ondermeer zichtbaar in de kaders Patiëntenperspectief, waarmee ieder hoofdstuk begint, en waarin voor de hulpverlener zinvolle uitgangspunten staan. Hier, en uit het aparte onderzoeksverslag van ervaringen van patiënten, wordt benadrukt hoe belangrijk de huisarts is voor de patiënt. De huisarts leert in het hoofdstuk over diagnostiek om de diagnose depressie te verfijnen en beter te onderbouwen. Of we het daarbij in de toekomst zonder de hier genoemde scorelijsten kunnen stellen, waag ik in het licht van beoordeling van beloop en therapie te betwijfelen. De uitleg van mogelijke niet-medicamenteuze vormen van therapie en interventie is een goede achtergrond in ons overleg met andere eerstelijns- en tweedelijnshulpverleners GGZ in het kader van taakverdeling en verwijzing. De rol van de huisarts in de therapeutische fase blijft wat onderbelicht. Enerzijds stellen de auteurs routinezorg door de huisarts op één lijn met het spontane beloop, anderzijds verstaan ze onder niet-behandelen, ofwel minimale interventie, voorlichting, psycho-educatie, bibliotherapie en regelmatige controle. Veel wordt verwacht van de toepassing van Problem Solving Therapy in de eerste lijn. Als huisarts moeten we ons hierin beter profileren.

Petra Wempe

Reacties

Er zijn nog geen reacties