Nieuws

Diagnostiek schouderpijn variabel ondanks richtlijnen

Gepubliceerd
5 augustus 2014
Dossier
Huisartsen gaan verschillend om met onzekerheden in het diagnostisch proces van schouderpijn. Dit geldt zowel voor diagnostische classificaties als voor verdere diagnostiek. De verschillen in aanpak zijn niet gerelateerd aan bepaalde karakteristieken van de huisarts, zo blijkt uit onderzoek van Ottenheijm et al.
De huidige Nederlandse, maar ook Britse richtlijnen adviseren de huisarts zich te weerhouden van het stellen van een specifieke diagnose bij schouderpijn en te focussen op de oorsprong van de pijn (in een gewricht of subacromiaal). Desondanks zien we de laatste jaren een snelle toename van echografisch onderzoek bij schouderpijn, aangevraagd door huisartsen.
Ottenheijm et al. deden via semigestructureerde interviews kwalitatief onderzoek naar de visie van huisartsen op het diagnostisch proces bij schouderklachten. Zij interviewden tussen oktober 2012 en januari 2013 18 huisartsen (48 uitgenodigd) in de regio Maastricht. De helft had minder dan 10 jaar werkervaring, de andere helft meer dan 10 jaar. Veertien van de geïnterviewde huisartsen vroegen jaarlijks minder dan 30 echografische onderzoeken aan bij schouderklachten (‘low-end users’), 4 van hen meer dan 30 (‘high-end users’).
De resultaten laten zien dat huisartsen ondanks de aanbevelingen in richtlijnen toch graag tot een specifieke diagnose komen. Hierbij zijn onderlinge verschillen in aanpak gebaseerd op persoonlijke ervaring en expertise, maar ook op voorkeur van de patiënt. De onderzoekers adviseren huisartsen enerzijds te trainen in besluitvorming rondom diagnostiek en het omgaan met diagnostische onzekerheid, anderzijds zouden richtlijnmakers rekening moeten houden met de resultaten van dit onderzoek.
Annet Sollie

Literatuur

  • 1.Ottenheijm RPG, et al. GPs’ perspectives on the diagnostic work-up in patients with shoulder pain: a qualitative study. J Eval Clin Pract 2014;20:239-45.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen