Praktijk

Diffuse haaruitval

0 reacties
Gepubliceerd
25 juni 2009

Wat is het probleem?

Diffuse haaruitval is verlies van hoofdhaar volgens een bepaald patroon. Patiënten komen bij de huisarts omdat ze ongerust zijn over het dunner worden van hun haar of de plotseling opgetreden kale plek. Meestal vrezen ze dat dit een voorteken is van geheel kaal worden. Uiteraard spelen ook esthetische bezwaren een grote rol. Diffuse haaruitval moeten we niet verwarren met haaruitval in plekken, waarbij er meestal sprake is van verlies van hoofdhaar in een circumscripte plek, zoals bij alopecia areata.

Wat moet ik weten?

De haarfollikel heeft een actieve groeiperiode (anagene fase, ongeveer 2 tot 6 jaar) en een rustfase (telogene fase, ongeveer 3 maanden) met daartussen een overgangsfase (katagene fase, 1 tot 3 weken). Na de telogene fase valt de haar uit. Een uitval van 50 tot 100 haren per dag is normaal. Een stressvolle gebeurtenis (koorts, psychische spanning, zwangerschap) kan ervoor zorgen dat een groot aantal haren tegelijkertijd in de telogene fase komt. Drie maanden later vallen deze haren uit. Deze haaruitval is doorgaans mild, zelden verliest iemand meer dan 50% van zijn haar. Als de oorzaak wordt weggenomen, is de haargroei binnen 6 maanden naar verwachting weer normaal. Bij anagene diffuse haaruitval is de delingsactiviteit van de haarmatrix in de anagene fase, bijvoorbeeld door cytostatica of radiotherapie, tijdelijk volledig stilgelegd. Hierdoor vallen binnen één tot drie weken praktisch alle haren uit. Na uitwerking van de noxe hervat de haarfollikel zijn activiteit. Volledig herstel van de haargroei duurt echter lang (maanden tot jaren). Alopecia androgenetica (haaruitval van het mannelijke type) is een genetisch bepaalde, meestal bij mannen voorkomende haaruitval, die rond het twintigste jaar begint en bij het ouder worden uiteindelijk tot kaalheid kan leiden. Er bestaat hierbij een verhoogde gevoeligheid van de haarfollikels voor androgene steroïden die de atrofie van de haarwortel bevorderen. Typerend is een wijkende voorste haargrens en kaalheid rond of op de kruin. Alopecia androgenetica komt bij de helft van de blanke mannen voor, minder vaak bij het negroïde en zelden bij het Aziatische ras. Ook bij vrouwen komt dit type haaruitval voor, zij het veel minder vaak. Specifieke incidentiegegevens over de diverse vormen van haaruitval zijn niet bekend. De prevalentie van alopecia androgenetica loopt bij mannen min of meer parallel met het leeftijddecennium: 30% bij 20 tot 29 jarigen, 40% bij 30 tot 39 jarigen enzovoort.

Wat moet ik doen?

De huisarts moet vragen naar de snelheid waarmee de kaalheid is ontstaan, het voorkomen in de familie, de aanwezigheid van een chronische ziekte of van stress/overbelasting. Meestal volstaat lokaal onderzoek. In vroege stadia is het soms moeilijk haarverlies aannemelijk te maken; van het normale aantal hoofdharen kan ongeveer 50% verloren gaan voordat het haar duidelijk dunner wordt. Bij twijfel over de hoeveelheid haarverlies kunt u de patiënt vragen alle verloren haren gedurende één week dagelijks in een envelop te doen en te tellen. Laboratoriumonderzoek wordt alleen verricht indien anamnese en ander onderzoek daartoe aanleiding geven. In het geval van alopecia androgenetica kan lokaal minoxidil worden toegepast, een jaar lang tweemaal daags in een lotion van 2%. Bij een kwart van de mannen leidt dit tot opnieuw enige haargroei. Indien er na een jaar geen effect is, heeft het geen zin met de behandeling door te gaan. Indien er wel effect is, moet de applicatie worden gecontinueerd, omdat bij het staken van de behandeling het haarverlies weer toeneemt. Finasteride per os lijkt in een dosering van 1 mg per dag meer effect te hebben. Ook dit middel moet een jaar lang worden gebruikt, voordat we kunnen vaststellen of het enig effect heeft. Na het staken van de behandeling verdwijnt een positief effect helaas geheel binnen zes tot twaalf maanden.

Wat moet ik uitleggen?

Bij telogene en anagene diffuse haaruitval kunt u de patiënt uitleggen dat de haargroei in bijna alle gevallen weer terugkeert, zij het dat het herstel soms jaren kan duren. Het resultaat van therapieën bij haaruitval van het mannelijke type is vaak teleurstellend. Pas na een jaar kan de therapie worden geëvalueerd en bij een voor de patiënt bevredigend resultaat moet de therapie blijvend worden toegepast. In uitzonderingsgevallen kunt u verwijzen voor reconstructieve chirurgie. Deze behandelingen zijn echter duur en worden niet door alle zorgverzekeraars vergoed.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen