Nieuws

‘Dokter, een total body screening graag’

Gepubliceerd
5 augustus 2014
‘Goedemorgen meneer Willems, wat kan ik voor u doen?’
‘Goedendag dokter. Ik heb eigenlijk helemaal nergens last van.’
‘Oh?’
‘Ik heb alleen een simpel verzoekje. Kan ik een keer preventief helemaal nagekeken worden?’
‘Ik kan u zeker op een aantal aandoeningen testen, maar zijn er specifieke klachten of dingen waar u bang voor bent?’
‘Nou, het lijkt wel of tegenwoordig iedereen kanker krijgt. En veel vrienden hebben een te hoog cholesterol of een vitamine-D-tekort. Daar zou ik allemaal graag op gecontroleerd worden. Oh, en ik hoorde dat je het PSA kunt laten bepalen voor prostaatkanker, kan dat dan ook meteen?’
Poeh. Wat zal ik doen? Ervoor kiezen geen tijd te verliezen en zijn verzoek direct honoreren? De makkelijke weg is een labformulier pakken en cholesterolpakket, vitamine D en PSA aankruisen. Dat voelt echter in strijd met de uitvoering van goede geneeskunde. Ik wil geen cholesterol bepalen zonder een volledig risicoprofiel te maken, bij niet-risicogroepen zonder klachten lijkt me een vitamine-D-spiegel prikken overdreven en een PSA is weinig zinvol zonder uitleg en rectaal toucher.
Nee. Om verantwoorde zorg te leveren, ga ik over op verdieping en voorlichting. Dus inventariseer ik geduldig of meneer niet toch ongemerkt klachten heeft die op bepaalde aandoeningen kunnen wijzen. Ik vraag naar zijn leefstijl en familieanamnese. Ik geef uitleg over cardiovasculair risicomanagement en overlaad meneer met termen als risicotabellen, functies en cholesterolratio’s. Ten slotte geef ik hem de altijd uitdagende PSA-voorlichting en biedt aan – naast onderzoek van bloeddruk, hart/longen en abdomen – een rectaal toucher uit te voeren. Hij gaat akkoord.
Hierdoor wordt het ‘gemakkelijke gesprek’ een intensief consult met uitgebreid onderzoek waarvoor een standaard consult te weinig tijd biedt. Na twintig minuten verlaat de man mijn spreekkamer met een labformulier met zijn verzoekjes en enkele toevoegingen van mijn kant.
Steeds vaker komen patiënten met een vergelijkbaar verzoek tot screening en daar heb ik moeite mee. Ik vind het vooral moeilijk te bepalen wat ik wel en niet moet onderzoeken. Soms vragen patiënten om specifieke onderzoeken, maar laten ze aan de dokter over waarop ze precies getest moeten worden. Naast het op het laboratoriumaanvraagformulier aan te vinken ‘algemeen onderzoek’ (bloedbeeld/BSE/glucose/TSH) mist de mogelijkheid ‘algehele screening’ die beantwoording van de hulpvraag van de patiënt stukken zou vergemakkelijken.
Welke tests zijn geschikt om bij zo’n vraag over ‘screening’ te doen en welke niet? Waar ligt de grens? Bied je, wanneer een patiënt daarom vraagt, ook hartfilmpjes en coloscopieën aan? En wat als de patiënt het aan mij overlaat en ik bepaalde zaken niet onderzoek, kan ik hiervoor achteraf berispt worden? Ik hoop toch geen klacht te krijgen wanneer iemand later een hartafwijking blijkt te hebben en ik geen ECG heb aangevraagd.
Als je niet ingaat op een vraag om screening van een patiënt loop je de kans iets te missen. Ondertussen vraag ik me af of we sommige dingen niet juist móeten missen. In hoeverre is het zinvol te weten hoe hoog ons cholesterol is? De kans is aanwezig dat een geïsoleerd verhoogd cholesterol zich nooit in de vorm van hart- of vaatziekten presenteert en dus betwijfel ik of het goed is het te weten. Het kan dan hooguit onrust veroorzaken, wat evenmin goed is voor de gezondheid.
Ik dacht altijd dat mijn uitdaging in het huisartsenvak vooral het zoeken naar de ‘verstoring’ in het lichaam was. Losse symptomen bij elkaar puzzelen om tot een diagnose te komen. Screening is een totaal andere vorm van geneeskunde en geeft onrust door de dilemma’s die het oproept.
Ik moet leren het anders te bekijken. Het achterhalen van de reden waarom een patiënt zonder klachten zich vrijwillig aan allerlei (soms vervelende) onderzoeken onderwerp brengt mogelijk de oplossing. Als duidelijk wordt wat de achtergrond van een screeningsverzoek is, kan zomaar een heldere hulpvraag boven tafel komen, wat gerichter aanvullend onderzoek mogelijk maakt.
Bij een volgend verzoek is wat meer achterover leunen dus wellicht zinvol. Als de patiënt ruimte krijgt voor zijn verhaal kan hopelijk de vraag achter zijn vraag beantwoord worden. Dan is die ‘total body screening’, met de bijbehorende dilemma’s voor mij, wellicht niet meer nodig.
Sophie van der Voort

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen