Nieuws

Dovemansgesprek

0 reacties
Door
Gepubliceerd
10 februari 2005

Het sterkste punt van dit boek is de (hoofd)titel: Het geweld van laatste woorden. De auteur doelt hiermee op de vele gesprekken die ermee eindigen dat beide partijen vasthouden aan hun eigen standpunt. Dan ontstaat een ‘dovemansgesprek’, waarbij men niet meer naar elkaar luistert; culminerend in een gewelddadige stilte. De kernvraag van het boek is: hoe kunnen we (gezondheidsethici) komen tot een antwoord op de vraag ‘wat moet ik doen’. Van Bortel zet twee denkrichtingen in de gezondheidsethiek tegenover, en later naast elkaar. Hij stelt dat beide vormen van ethiek – de zogenaamde technische ethiek van de smalle moraal en de zogenaamde filosofische/hermeneutische ethiek van de brede moraal – niet voldoen omdat ze te weinig rekening houden met onzekerheden in menselijke aangelegenheden, met pluraliteit, onvoorspelbaarheid en onomkeerbaarheid. Hij levert kritiek op beide vormen van ethiek omdat ze het onbeheersbare beheersbaar willen maken; hetgeen nooit mogelijk is in mensenzaken. Beide stromingen spreken hun ‘laatste woorden’ en herkennen elkaar niet, laat staan dat ze elkaar erkennen. In het slothoofdstuk pleit Van Bortel (sterk leunend op de filosofe Hannah Arendt) voor een nieuw gesprek tussen ethici uit beide denkrichtingen, dat plaats zou moeten vinden in het publieke domein. Daar is immers een andere gezamenlijkheid, en kan er ‘herkenning van wat we in elkaar niet kunnen herkennen’ komen (pagina 358). Het is een pleidooi om ‘het tussen’, de intermenselijke ruimte, beter te leren benutten, en niet steeds het laatste woord te willen hebben. Mij verbaast het dat Van Bortel de zogeheten Zorgethiek als denkrichting niet noemt, omdat die ethiek sterk aansluit bij zijn ideeën. Auteurs als Tronto, en bij ons Van Manschot, Sevenhuijsen en Verkerk noemt hij niet. Ook filosofen als Buber en Levinas, die zoveel aandacht gaven aan de ruimte van intermenselijke relaties krijgen geen of nauwelijks aandacht. Mijn belangrijkste bezwaar tegen dit boek is echter de ontoegankelijkheid. Het is een studeerkamerboek afkomstig uit de wijsgerige discipline, en naar mijn idee slechts voor een kleine groep (ethici, filosofen en in die disciplines geïnteresseerde anderen) interessant. Het zal de meeste (praktijkgerichte) artsen veel hoofdbrekens kosten om dit te lezen. Ethiek inzake gezondheidsproblemen krijgt zeker te weinig aandacht van artsen. Helaas is dit boek niet geschikt om deze lacune enigszins op te vullen. Integendeel, het zal eerder nog meer weerstand oproepen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen