Nieuws

Duur van antibiotische behandeling van ongecompliceerde urineweginfecties bij vrouwen

0 reacties
Gepubliceerd
10 november 2005

Achtergrond Voor het behandelen van ongecompliceerde urineweginfecties is wereldwijd een grote verscheidenheid aan antibiotische regimes in gebruik. De gedachte bestaat dat een driedaagse antibacteriële behandeling even effectief is als een zeven- tot tiendaagse behandeling en gunstiger wat betreft bijwerkingen. Doel Vergelijking van de effectiviteit en de veiligheid van driedaagse ten opzichte van vijf- tot tiendaagse antimicrobiële behandelingen van acute ongecompliceerde urineweginfecties. Zoekstrategie Er werd, zonder uitsluiting van een taal, gezocht in The Cochrane Library (Issue 1, 2004), the Cochrane Renal Group’s Register of Trials (juli 2003), EMBASE en MEDLINE (augustus 2003). De onderzoekspopulatie moest uit ambulante, overigens gezonde vrouwen tussen 16 en 65 jaar met een ongecompliceerde urineweginfectie bestaan. De referenties van alle gevonden onderzoeken werden nagezocht en er werd contact opgenomen met de auteur van elk geïncludeerd onderzoek. Uitkomstmaten De volgende uitkomstmaten werden gedefinieerd: symptomatisch falen en bacteriologisch falen van de behandeling bij korte (tot 2 weken) en lange (tot 8 weken) follow-up. Andere uitkomstmaten waren: het ontstaan van een pyelonefritis, bijwerkingen en resistentieontwikkeling gedurende de follow-up. Resultaten 32 RCT’s met samen 9605 patiënten konden worden geanalyseerd. Er werd geen verschil gevonden tussen driedaagse en vijf- tot tiendaagse behandeling waar het symptomatisch falen van de behandeling betreft. Of het om een korte follow-up (RR 1,06; 95%-BI 0,88-1,28) of een lange follow-up ging (RR 1,09; 95%-BI 0,94-1,27) maakte hierbij niet uit. Bij beoordeling van bacteriologisch falen in de trials waarbij in beide onderzoeksarmen hetzelfde antibioticum werd gebruikt bleken de vijf- tot tiendaagse behandelingen effectiever dan de driedaagse. Het verschil was aantoonbaar bij korte follow-up (RR 1,37; 95%-BI 1,07-1,74; p=0,01; NNT=41 patiënten voor de preventie van 1 extra geval van persisterende of terugkerende bacteriurie) en nam toe bij een follow-up van 4 weken. (RR 1,43; 95%-BI 1,19-1,73 ; p=0,0002, NNT=4). Deze verschillen werden niet teruggevonden bij analyse van trials waarbij in de twee onderzoeksarmen een verschillend antibioticum werd gebruikt. In de trials met hetzelfde antibioticum in beide armen ondervond 1,5% van de patiënten bijwerkingen bij een driedaagse behandeling tegen 3,2% bij een vijf- tot tiendaagse behandeling (RR 0,35; 95%-BI 0,12-0,98, p=0,04; number needed to harm= 79 patiënten voor het veroorzaken van bijwerkingen bij 1 extra vrouw). Over verschillen tussen de duur van de behandelingen wat betreft de ontwikkeling van een pyelonefritis of resistentie tijdens de behandeling, valt bij gebrek aan voldoende gegevens weinig te zeggen. Conclusies De auteurs concluderen dat een driedaagse antibiotische behandeling voor de meerderheid van de patiënten voldoet om de klachten van een ongecompliceerde urineweginfectie te verhelpen. Er is dan echter een kans dat de bacteriurie terugkeert of blijft bestaan, maar die is niet zo groot. Een vijf- tot tiendaagse antibiotische behandeling is een optie voor vrouwen bij wie ook de bacteriologische genezing van belang zou kunnen zijn. Het kan dan gaan om vrouwen met terugkerende pijnlijke urineweginfecties, vrouwen die zwanger willen worden en patiënten met een onderliggende aandoening.

Commentaar

Adviezen over de behandeling van ongecompliceerde urineweginfecties zijn opgenomen in de NHG-Standaard Urineweginfecties.1 Op goede gronden wordt nitrofurantoïne gedurende vijf dagen geadviseerd. Alternatieven zijn trimethoprim gedurende drie dagen of een eenmalige gift fosfomycine. In op één na alle onderzoeken die in deze review zijn opgenomen ging het om antibiotica die in Nederland als reservemiddelen beschouwd worden. In het ene onderzoek werd een driedaagse met een tiendaagse behandeling met trimethoprim vergeleken.2 De uitkomst steunt overigens het advies van de standaard dat overigens met een recenter Nederlands onderzoek onderbouwd is.3 Verder zijn de conclusies van deze review niet zonder meer van toepassing op de patiënten die wij wel met een reservemiddel behandelen. Daarvoor zijn de patiëntengroepen te verschillend. Deze Cochrane-review biedt de Nederlandse huisarts al met al geen nieuwe gezichtspunten.

Ibo Souwer

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties