Wetenschap

E-diagnostiek voor psychische stoornissen

0 reacties
Gepubliceerd
1 september 2017
Dossier

Samenvatting

Dijksman I, Dinant GJ, Spigt M. E-diagnostiek voor psychische stoornissen. Huisarts Wet 2017;60(9):432-5.
Ter ondersteuning van de huisarts is een e-diagnostieksysteem ontwikkeld voor het classificeren van een mogelijke DSM-IV-stoornis.
Wij vergeleken de validiteit van het e-diagnostieksysteem door routinematig verzamelde uitslagen van 496 patiënten van Limburgse huisartsenpraktijken te vergelijken met het oordeel van een psycholoog. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de vier psychologen werd bepaald aan de hand van honderd aselect geselecteerde dossiers uit een voorgaand onderzoek. We analyseerden de concurrente validiteit van het e-diagnostieksysteem door middel van sensitiviteit, specificiteit, positieve en negatieve voorspellende waarde en Cohens kappa.
De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid was voldoende tot goed. Het systeem kon diverse stoornissen correct herkennen, uitsluiten en voorspellen. Het kon de afwezigheid van een as-II-stoornis adequaat bepalen (sensitiviteit en specificiteit 75%) en het gaf het correcte adviezen voor het echelon van behandeling (sensitiviteit 85 tot 92%, specificiteit 96 tot 99%). Het systeem genereerde voor een aantal klinische stoornissen echter veel foutpositieve en foutnegatieve diagnoses en beoordeelde het algemeen functioneren (as V) minder goed.
Het onderzochte e-diagnostieksysteem is in de huisartsenpraktijk een valide screeningsinstrument voor de meeste DSM-IV-classificaties. Het kan de huisarts ondersteunen bij diagnostiek en verwijzing, maar vanwege de kans op een foutpositief of foutnegatief resultaat kan het een klinisch oordeel niet vervangen. Een versie op basis van DSM-5 wordt momenteel gevalideerd.

Wat is bekend?

  • Er zijn valide online vragenlijsten voor psychische klachten, maar de meeste zijn voor de huisarts beperkt bruikbaar.
  • Er is een e-diagnostieksysteem ontwikkeld waarmee patiënten snel en online gescreend kunnen worden op een DSM-IV-classificatie.

Wat is nieuw?

  • Het onderzochte e-diagnostieksysteem is een valide instrument waarmee in de huisartsenpraktijk de meeste DSM-IV-classificaties in kaart gebracht kunnen worden.
  • Een e-diagnostieksysteem kan huisarts en poh-ggz ondersteunen in de diagnostiek en classificatie van psychische stoornissen en een bruikbaar echelonadvies geven.
  • Het inzetten van uitgebreide e-diagnostiek vóór in plaats van na een verwijzing is nieuw.

Inleiding

Huisartsen spelen een cruciale rol bij het identificeren van patiënten met psychische stoornissen en moeten vaak in korte consulten beslissen of – en welk type – zorg noodzakelijk is. Stoornissen kunnen echter worden gemist, bijvoorbeeld omdat klachten somatisch worden geïnterpreteerd of worden genormaliseerd.12 Veel psychische stoornissen worden dan ook te weinig of te vaak herkend, of anders gelabeld.1234 Ook krijgen patiënten vaak niet de juiste behandeling, wat kan resulteren in een slechte prognose.5678
Om psychische stoornissen te identificeren kunnen screeningsvragenlijsten behulpzaam zijn, maar huisartsen maken hier vaak geen gebruik van.9101112 Vragenlijsten worden vaak gezien als tijdrovend of te beperkt inzetbaar.11 E-mental health, waarbij informatie- en communicatietechnologie gebruikt wordt ter ondersteuning van de ggz, maakt intensieve uitwisseling van informatie mogelijk.1314 Toch zijn er tot dusver slechts enkele, beperkt toepasbare online screeningsvragenlijsten beschikbaar om psychische stoornissen in kaart te brengen.151617
Recentelijk heeft het bedrijf TelePsy (www.telepsy.nl) een e-diagnostieksysteem voor psychische klachten geïntroduceerd dat de meeste classificaties volgens de DSM-IV in kaart brengt.18 Een versie gebaseerd op de DSM-5 wordt momenteel gevalideerd. Het systeem, TeleScreen genaamd, kan door huisartsen en poh-ggz worden gebruikt als bron van informatie bij het classificeren van psychische stoornissen. Het systeem is adaptief. Als een persoon niet voldoet aan de vereiste hoofdcriteria van een stoornis, stelt het geen vervolgvragen. Het is uitgebreider dan een screeningssysteem maar minder uitgebreid dan een compleet diagnostisch systeem, aangezien er sprake is van voorlopige classificaties in plaats van definitieve diagnoses. Patiënten beantwoorden online vragen en worden altijd benaderd door een hulpverlener om de waarschijnlijke classificaties uit het systeem te controleren. Het systeem wordt op dit moment op verschillende manieren gebruikt: huisarts of poh-ggz kunnen de resultaten zelf interpreteren of dat laten doen door een (externe) psycholoog.
Toegang tot de gegevens van het systeem en beoordeling door een externe psycholoog maakten het mogelijk de validiteit van het systeem te onderzoeken door de classificaties van het systeem te vergelijken met die van de psycholoog. De onderzoeksvraag luidde: ‘Wat is de concurrente validiteit van het onderzochte e-diagnostieksysteem vergeleken met het oordeel van de psycholoog bij patiënten in de huisartsenpraktijk?’

Concurrente validiteit, interbeoordelaarsbetrouwbaarheid

Concurrente validiteit is de mate van overeenstemming tussen een bepaalde test en een referentietest, zo mogelijk een gouden standaard. In ons onderzoek vergeleken we de uitslagen van een e-diagnostieksysteem met het oordeel van een psycholoog over dezelfde patiënten.
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is de mate van overeenstemming tussen dezelfde metingen, uitgevoerd door verschillende beoordelaars.

Methode

Onderzoeksopzet

De huidige resultaten van het onderzoek naar de validiteit van het systeem zijn prospectief onderzocht bij patiënten in Limburg van juni tot november 2016. Het betreft nieuwe resultaten ten opzichte van eerdere resultaten. Daarnaast werd de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid onderzocht door middel van een aselecte steekproef van honderd dossiers, verzameld tussen november 2013 en april 2014 in het kader van ons voorgaande onderzoek.19
Naar het oordeel van de medisch-ethische commissie van Maastricht University viel dit onderzoek niet onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO).

Procedure

De procedure en het e-diagnostieksysteem zijn uitgebreid beschreven in ons oorspronkelijke artikel.19 De huisarts of poh-ggz bepaalden zelf welke patiënten zij aanmeldden. Veelvoorkomende vragen waren of er mogelijk sprake was van een angst-, stemmings-, persoonlijkheids- of ontwikkelingsstoornis en in welk echelon (huisartsenpraktijk met poh-ggz, generalistische ggz of specialistische ggz) de patiënt het best behandeld kon worden. Na de aanmelding ontving de patiënt een e-mail met een beveiligde link naar het systeem. Vervolgens beantwoordde de patiënt online vragen om classificaties op de assen I tot en met V in kaart te brengen. Zodra een patiënt voldeed aan de criteria van een DSM-IV-classificatie genereerde het systeem automatisch een indicatie op alle vijf de assen en een echelonadvies.
Nadat de patiënt de online vragen had afgerond, bekeek een psycholoog de antwoorden en vormde een werkhypothese. De psychologen baseerden hun diagnostisch oordeel op de classificaties uit het systeem, aangevuld met informatie uit het systeem over bijvoorbeeld de hulpvraag, de behandelingsgeschiedenis, suïcidegedachten of de ernst van de stoornis zoals in kaart gebracht met gevalideerde vragenlijsten.
Tot slot namen de psychologen telefonisch contact op met alle patiënten om de klachten te evalueren, eigen vragen te stellen, de door het systeem gegeneerde classificaties kritisch te beoordelen en zo nodig onduidelijke testresultaten te verhelderen. Via het huisartsinformatiesysteem stuurden de psychologen na dit consult een rapport waarin ze de klachten van de patiënt beschreven, met een eigen voorlopige DSM-IV-classificatie en een echelonadvies gebaseerd op de richtlijnen.20

In- en exclusiecriteria

Patiënten die ouder waren dan 18 jaar, de volledige procedure hadden doorlopen en toestemming gaven voor het onderzoek, zijn geïncludeerd. Geëxcludeerd werden patiënten bij wie de klachten zo complex waren dat adequaat onderzoek door de psycholoog en adequate classificatie niet mogelijk bleken, patiënten die de Nederlandse taal onvoldoende beheersten, patiënten met vermoedelijk een neurologische aandoening en patiënten met beperkte intellectuele capaciteiten op basis van de inschatting van de psycholoog.

Beoordelaars

Vier psychologen (één vrouw, drie mannen, leeftijd 29-30 jaar) classificeerden de patiënten volgens de DSM-IV. Hun werkervaring varieerde van zes maanden tot vijf jaar. Alle psychologen hadden de graad van master of science in de Psychologie of Gezondheidswetenschappen behaald en een basisaantekening psychodiagnostiek. Ze kregen supervisie van een geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog-psychotherapeut.

Statistische analyse

Honderd patiëntdossiers werden beoordeeld. Elk patiëntdossier werd beoordeeld door tenminste twee psychologen. In totaal waren vier psychologen betrokken bij de evaluatie. Analyses werden uitgevoerd met SPSS 21.0. Cohens kappa (k) met 95%-BI werd berekend en geïnterpreteerd volgens de methode van Fleiss.21
De concurrente validiteit werd onderzocht met behulp van sensitiviteit, specificiteit, positief en negatief voorspellende waarde en kappawaarde.22 Of een score op deze testkenmerken acceptabel is, hangt af van de situatie, het doel van de test en de klinische consequenties van een foutpositieve of foutnegatieve uitslag.2324

Resultaten

Deelnemers

In totaal werden 798 patiënten verwezen naar het e-diagnostieksysteem, 601 patiënten gaven toestemming voor deelname aan het onderzoek. Daarbij hebben 559 het gehele diagnostische proces doorlopen. In totaal werden 496 patiënten geïncludeerd en 63 dossiers geëxcludeerd (zie [figuur]). De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 38 jaar (SD 13; uitersten 18-72).

Betrouwbaarheid

De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid was acceptabel voor de meeste classificaties op as I en as II ([tabel 1] op www.henw.org).25 Voor de meeste classificaties was de betrouwbaarheid voldoende tot goed of uitstekend, behalve voor de classificaties ‘depressieve stoornis niet anderszins omschreven’, ‘obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis’ en ‘classificatie op as II uitgesteld’.21 De overeenstemming op de assen III-V en op het echelonadvies was voldoende tot goed of uitstekend.
Tabel1Overeenstemming tussen de classificaties en het echelonadvies van twee psychologen bij patiënten met psychische klachten in de
Classificatiekappa (95%-BI)% overeenstemming
As I (klinische stoornis)
  • depressieve stoornis
0,67 (0,52-0,82)85
  • depressieve stoornis nao
0,35 (0,07-0,63)88
  • posttraumatische stressstoornis
0,62 (0,41-0,83)89
  • paniekstoornis
0,70 (0,52-0,88)91
  • sociale fobie
0,81 (0,60-1,02)97
  • alcoholmisbruik of -afhankelijkheid
0,79 (0,51-1,07)98
  • cannabismisbruik of afhankelijkheid
0,86 (0,68-1,04)98
  • aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
0,82 (0,58-1,06)98
  • autistische stoornis
0,42 (0,11-0,73)91
As II (persoonlijkheidsstoornissen)
  • geen persoonlijkheidsstoornis
0,43 (0,23-0,63)79
  • ontwijkende persoonlijkheidsstoornis
0,41 (0,15-0,67)87
  • obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis
0,39 (0,08-0,70)90
  • borderline persoonlijkheidsstoornis
0,78 (0,62-0,94)93
  • persoonlijkheidsstoornis nao
0,46 (0,19-0,73)92
  • diagnose of conditie op as II uitgesteld
–0,13 (–0,25 tot –0,01)62
As III (somatische aandoening)*
  • geen lichamelijke klachten
0,56 (0,39-0,73)78
  • enkelvoudige lichamelijke klachten (geen effect voor behandeling)
0,51 (0,32-0,70)78
  • complexe lichamelijke klachten (effect op behandeling)
0,49 (0,22-0,76)89
As IV (psychosociale en omgevingsproblemen)
  • geen as-IV-problemen
0,52 (0,25-0,79)91
  • problemen met de primaire steungroep
0,66 (0,51-0,81)84
  • problemen met de sociale omgeving
0,62 (0,47-0,77)81
  • problemen met onderwijs of scholing
0,75 (0,54-0,96)95
  • werkproblemen
0,65 (0,50-0,80)83
  • woonproblemen
1,0 (1,00-1,00)1,00
  • financiële problemen
0,79 (0,65-0,93)92
As V (functioneren)†
  • ernstige beperkingen
0,75 (0,61-0,89)90
  • matige beperkingen
0,69 (0,54-0,84)86
Echelonadvies‡
  • eerstelijnszorg
0,62 (0,46-0,78)85
  • tweedelijnszorg
0,67 (0,52-0,82)86
De beoordelingen hadden betrekking op 100 dossiers, verzameld tussen november 2013 en april 2014; kappawaarden zijn alleen berekend voor items met ? 5 beoordelingen door beide beoordelaars (bijvoorbeeld: verwijzing naar huisartsenpraktijk is niet weergegeven omdat dit minder dan vijf keer werd beoordeeld door de beoordelaars)
* 7 ontbrekende waarden.
† General Assessment of Functioning (GAF): score 41-50 = ernstige beperkingen; score 51-60 = matige beperkingen.
In percentages uitgedrukt was de overeenstemming hoog voor alle uitkomsten, behalve voor ‘classificatie op as II uitgesteld’ (62%).

Validiteit

[Tabel 2] (zie henw.org) geeft een overzicht van de validiteit van het onderzochte e-diagnostieksysteem. Als we kijken naar de hoofdcategorieën werden matig tot goede scores gevonden voor de meeste klinische stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen, behalve voor aanpassingsstoornissen. De overeenstemming op de specifieke stoornissen was ook matig tot goed, maar voor sommige classificaties was het aantal foutpositieven en foutnegatieven relatief hoog. Dat gold bijvoorbeeld voor ‘ongedifferentieerde somatoforme stoornis’, ‘depressieve stoornis niet anderszins omschreven’ en ‘sociale fobie’.
De validiteit voor somatische aandoeningen, voor alle psychosociale en omgevingsproblemen en voor het echelonadvies was hoog.
Tabel2Diagnostische eigenschappen van een systeem voor e-diagnostiek bij psychische klachten in de eerste lijn en overeenstemming met
ClassificatieTot SysTot PsyTPFPTNFNsensspecPVWNVWkappa (95%-BI)
As I (klinische stoornis)
  • stemmingsstoornissen
2013161911251701095%58%60%94%0,48 (0,45-0,52)
  • depressieve stoornis
165225145802512088%76%64%88%0,58 (0,55-0,62)
  • depressieve stoornis nao
296913564111645%88%19%96%0,20 (0,14-0,26)
  • dysthyme stoornis
5100104815
  • bipolaire stoornis
1121114840
  • angststoornissen
151186115712743676%79%62%88%0,52 (0,48-0,56)
  • paniekstoornis
34842757405779%88%32%98%0,40 (0,34-0,46)
  • posttraumatische stressstoornis
49694326421688%94%62%99%0,69 (0,64-0,74)
  • generalistische angststoornis
21114746817
  • obsessieve-compulsieve stoornis
9247174702
  • sociale fobie
363616204402044%96%44%96%0,40 (0,32-0,48)
  • agorafobie
2242224720
  • specifieke fobie
7327254640
  • somatoforme stoornissen
8514953963153262%77%36%91%0,30 (0,25-0,35)
  • hypochondrie
1112844813
  • pijnstoornis
173612244555
  • ongedifferentieerde somatoforme stoornis
417921583972051%87%27%95%0,27 (0,21-0,33)
  • somatoforme stoornis nao
171311246716
  • aanpassingsstoornissen
662710174135615%96%37%88%0,15 (0,09-0,21)
  • eetstoornissen
11249154702
  • aan een middel gebonden stoornissen
41603525430685%95%58%99%0,66 (0,60-0,72)
  • alcoholmisbruik of -afhankelijkheid
173117144650
  • cannabismisbruik of -afhankelijkheid
23251694647
  • seksuele stoornissen
186015454333
  • slaapstoornissen
177514614183
  • pervasieve ontwikkelingsstoornissen
147026841412
  • aandachtstekortstoornissen
85957916395693%96%83%99%0,85 (0,82-0,88)
  • ADHD
47383354441470%99%87%97%0,76 (0,70-0,81)
  • ADD
3434268454876%98%76%98%0,75 (0,69-0,81)
  • geen as-I-classificatie
504320234233040%95%47%93%0,37 (0,30-0,44)
As II (persoonlijkheidsstoornissen)
  • geen as-II-classificatie
267259201581716675%75%78%72%0,50 (0,46-0,54)
As III (somatische aandoeningen)
  • somatische aandoening
20420420312911100%100%100%100%0,99 (0,99-1,00)
As IV (psychosociale en omgevingsproblemen)
  • problemen primaire steungroep
20920920902870100%100%100%100%1,00 (1,00-1,00)
  • problemen sociale omgeving
2492492472245299%99%99%99%0,98 (0,98-0,99)
  • opvoedingsproblemen
67716744250100%99%94%100%0,97 (0,95-0,98)
  • werkproblemen
22022121922741100%99%99%100%1,00 (0,98-1,00)
  • woonproblemen
52555234410100%99%95%100%0,97 (0,95-0,99)
  • financiële problemen
13614513693510100%98%94%100%0,95 (0,94-0,97)
As V (functioneren)*
  • ernstige beperkingen
118323203788627%100%100%81%0,05 (0,04-0,06)
  • matige beperkingen
2712191576216311458%72%72%59%0,01 (0,09-0,11)
  • lichte beperkingen
95211841272741188%68%40%96%0,10 (0,09-0,11)
Echelonadvies
  • huisartsenzorg met poh-ggz
88928111397792%97%88%98%0,88 (0,85-0,91)
  • generalistische basis-ggz
12716212537332298%90%77%99%0,81 (0,78-0,84)
  • specialistische ggz
26823122922263985%99%99%85%0,84 (0,81-0,86)
Tot Sys = totale score e-diagnostieksysteem; Tot Psy = totale score psycholoog; TP = terecht positief; FP = foutpositief; TN = terecht negatief; FN = foutnegatief; sens = sensitiviteit; spec = specificiteit; PVW = positieve voorspellende waarde; NVW = negatieve voorspellende waarde; kappa = Cohens kappa; 95%-BI = 95%-betrouwbaarheidsinterval; nao = niet anderszins omschreven; ADHD = aandachtstekortsstoornis met hyperactiviteit gecombineerd type en overwegend hyperactief - impulsief type; ADD = aandachtstekortsstoornis met hyperactiviteit, overwegend onoplettend type.
De cijfers zijn aantallen classificaties, tenzij anders aangegeven; diagnostische eigenschappen zijn alleen berekend als een classificatie naar het oordeel van de psycholoog meer dan 4% van het aantal deelnemers betrof.25
* General Assessment of Functioning (GAF): score 41-50 = ernstige beperkingen; score 51-60 = matige beperkingen; score 61-70 = lichte beperkingen.
Het algemeen functioneren (GAF-score) werd minder goed beoordeeld door het systeem. Patiënten konden bijvoorbeeld ernstige beperkingen in het algehele functioneren minder goed herkennen volgens de psychologen.

Beschouwing

Het onderzochte e-diagnostieksysteem kon diverse stemmings-, angst-, aan middelen gebonden en aandachtstekortstoornissen correct bepalen zonder tussenkomst van de psycholoog, evenals de afwezigheid van een as II-stoornis. Ook gaf het een adequaat echelonadvies. Het aantal foutpositieven en foutnegatieven voor een aantal klinische stoornissen was echter hoog. Het systeem blijkt over het algemeen een valide bron van informatie bij het classificeren van psychische stoornissen in de huisartsenpraktijk.

Beperkingen

Allereerst baseerde de psycholoog zijn oordeel gedeeltelijk op de classificaties van het e-diagnostieksysteem, waardoor er sprake kan zijn van incorporation bias.26 Hierdoor kunnen de resultaten positief gekleurd zijn. Daarnaast werd het onderzoek uitgevoerd in een echte patiëntensetting, wat enkele nadelen met zich meebracht. De meest evidente manier om de validiteit van het systeem te onderzoeken is een vergelijking met een onafhankelijk gestructureerd interview.2728 Dit was logistiek echter complex. Zo duurt het 120 tot 180 minuten om stoornissen op as I en as II in kaart te brengen met een dergelijk interview. Dit zou een grote last en mogelijke vertraging in een verwijzing betekenen. Daarom hebben we besloten om gebruik te maken van routinematig verzamelde gegevens. Men kan zich afvragen of beoordeling door een psycholoog een valide meetmethode is geweest. De hoge interbeoordelaarsbetrouwbaarheid spreekt voor de beoordelaars in dit onderzoek. We verwachten dat onze algemene conclusies hetzelfde zouden zijn als we het systeem zouden vergelijken met een onafhankelijk gestructureerd interview. Aangezien er in een interview meer tijd is om alle classificaties uit te vragen en incorporation bias ontbreekt, verwachten wij dat het e-diagnostieksysteem in een dergelijke evaluatie vaker foutpositief zou blijken dan in dit onderzoek het geval was. Het aantal foutnegatieven zou naar verwachting gelijk blijven, omdat het systeem ontworpen is om geen symptomen te missen.
Een volgende beperking is dat de eerste auteur een parttime positie heeft als research and development manager bij TelePsy. Men kan zich afvragen of dit van invloed is geweest op het artikel. De resultaten zoals deze zijn weergegeven zijn echter niet erg gevoelig voor interpretatie; alle resultaten zijn weergegeven in de tabellen zodat de lezer de getrokken conclusies kan staven.
Een laatste beperking is dat het instrument in ons onderzoek gebaseerd was op de DSM-IV. De Het e-diagnostieksysteem gebaseerd op de DSM-5 wordt momenteel opnieuw gevalideerd.

Vergelijking met ander onderzoek

Slechts enkele online screeningsvragenlijsten zijn ontwikkeld om klinische stoornissen in de praktijk te identificeren. De meeste vragenlijsten zijn met name gericht op angst- en stemmingsstoornissen. De resultaten zijn over het algemeen vergelijkbaar met gegevens uit ander onderzoek, hoewel voor sommige classificaties iets hogere of iets lagere scores gevonden werden.15161721
Er zijn nog geen e-diagnostische instrumenten beschikbaar waarmee as II-stoornissen in kaart worden gebracht. Een eerdere versie van het onderzochte e-diagnostieksysteem classificeerde specifieke persoonlijkheidsstoornissen (vergelijk [tabel 1] op www.henw.org).19 Aangezien dit veel foutpositieve uitslag classificaties opleverde, is besloten geen specifieke persoonlijkheidsstoornissen meer te classificeren maar de resultaten te groeperen op ‘enige persoonlijkheidsstoornis’. Overeenstemmend met voorgaand onderzoek kan het systeem adequaat een as II-stoornis uitsluiten.19
Wij hebben een e-diagnostieksysteem onderzocht en daarover een wetenschappelijk verslag geschreven; de discussie over het gebruik van de DSM en screeningsvragenlijsten ligt buiten de scope van dit verslag.2930

Aanbevelingen voor de praktijk

Het e-diagnostieksysteem kan gebruikt worden in de huisartsenpraktijk, bijvoorbeeld als hulpmiddel om geen psychische stoornissen te missen, als houvast voor een gesprek, bij twijfel over de aard en ernst van de klachten, voorafgaand aan een externe ggz-verwijzing, ter toetsing van een eigen werkhypothese, als een proces stagneert of voor een ggz-traject in de huisartsenpraktijk (bijvoorbeeld poh-ggz of medicatie). Het systeem kan de huisarts of poh-ggz ondersteunen bij het classificeren van psychische stoornissen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de consultatiefunctie van de psycholoog, maar deze kan de gegevens ook zelf interpreteren. Op basis van de onderzoeksgegevens is er een verkorte versie beschikbaar bij TelePsy (QuickScreen) om te gebruiken in de huisartsenpraktijk.
Hulpverleners moeten zich bewust zijn dat testresultaten afhankelijk zijn van het introspectief vermogen van een patiënt. Het opleidingsniveau, de diagnostische categorie en lijdensdruk kunnen een negatief effect hebben op de validiteit van de testresultaten. Omdat gemiste symptomen de kwaliteit van leven van patiënten kunnen beïnvloeden, is het belangrijk te beseffen dat het e-diagnostieksysteem ontwikkeld is om de kans op foutnegatieven te minimaliseren. Dit leidt a priori tot een grotere kans op foutpositieven. Daarnaast kan het systeem zelf geen resultaten interpreteren of omgaan met diagnostische zaken, zoals differentiaaldiagnostiek of overlappende symptomen.
Het onderzochte systeem kan als hulpmiddel worden gebruikt om te kijken of er een indicatie is voor een DSM-IV-stoornis en kan de huisarts ondersteunen in een echelonadvies. Het kan diverse stoornissen adequaat herkennen, uitsluiten en voorspellen, maar zonder klinisch oordeel kunnen geen definitieve diagnoses gesteld worden.

Conclusie

De validiteit van e-diagnostieksystemen waarin de DSM-IV-classificatie wordt gebruikt is niet eerder onderzocht. Het onderzochte systeem kan in de huisartsenpraktijk worden gebruikt om te kijken of een patiënt een psychische stoornis heeft en als ondersteuning bij een echelonadvies, maar kan het klinische oordeel niet vervangen.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties