Nieuws

Een farmaceutische interpretatie

0 reacties
Gepubliceerd
10 januari 2004

Is een behandeling succesvol als een medicijn bij iets meer dan de kwart van de patiënten een beetje helpt? Volgens een door de farmaceut gesponsorde RCT naar het effect van venlafaxine (Efexor®) bij patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis wel.1 Het tegendeel lijkt me meer voor de hand liggen. De onderzoekers gingen na wat het effect van venlafaxine was bij 244 patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis. De ene helft (122 patiënten) kreeg venlafaxine en de andere helft een placebo. Na 24 weken verminderden de klachten bij 28% van de patiënten in de behandelde groep en bij 19% van de patiënten in de placebogroep (p=0,11). Ook vonden de onderzoekers een verbetering van 2 punten op de belangrijkste vragenlijst ( Hamilton's rating scale for anxiety). Hoewel dit een significante verbetering is, lijkt deze klinisch niet erg relevant. De onderzoekers bepaalden namelijk voorafgaand aan het onderzoek dat een daling van 4 punten of meer klinisch relevant was. Slechts één van de 3 secundaire vragenlijsten, te weten de clinical global impression-schaal, liet een significante verbetering zien. De kwaliteit-vanleven- vragenlijst liet slechts op 2 van de 8 schalen een verbetering zien. Niemand had ernstige bijwerkingen van de medicatie. Kortom, weinig significante en nauwelijks klinisch relevante resultaten. Dit onderzoek onderstreept eens te meer dat we kritisch moeten kijken naar de interpretatie van resultaten van door de farmaceut gesponsord onderzoek. Melander et al. toonden al aan dat in dit soort onderzoek dubbelpublicaties veel voorkomen en er bovendien selectief wordt gepubliceerd en gerapporteerd.2 (ToH).

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen