Nieuws

Een perfide geneesmiddelensysteem

Door
Gepubliceerd
10 december 2004

De kosten van geneesmiddelen vormen voor steeds meer Amerikanen een groot probleem. Marcia Angell, de voormalige hoofdredacteur van de New England Journal of Medicine, schreef er dit nogal verontrustende boek over. In het laatste hoofdstuk draagt ze weliswaar een aantal oplossingen aan voor de problemen van de farmaceutische industrie en schrijft ze dat ze natuurlijk vindt dat de farmaceutische industrie onmisbaar is en dat de meeste werknemers ijverige en oplettende burgers zijn. In de 12 hoofdstukken daarvoor fileert ze echter in een polemische stijl de farmaceutische industrie tot op het bot. Een prima register en notenapparaat maken het boek compleet. In de VS zet de farmaceutische industrie 200 miljard dollar per jaar om en is daarmee een van de belangrijkste industrietakken. De geneesmiddelenprijzen zijn in de VS het hoogst van de hele wereld. Volgens de industrie komt dat doordat de prijzen elders te laag zijn, en ze toch ergens hun winst vandaan moeten halen om nieuwe geneesmiddelen te kunnen blijven ontwikkelen. Angell laat goed gedocumenteerd zien dat dat verhaal een leugen is. Er zijn de laatste jaren maar zeer weinig echt innovatieve middelen ontdekt, meestal niet door de industrie, maar door universiteiten of gentechbedrijfjes. De grote jongens kopen gewoon patenten en ontwikkelen die verder. Ze rekken daarbij met allerlei juridische middelen de looptijd van de patenten eindeloos op. Een laatste redmiddel tegen de verloopdatum van het eigenlijke geneesmiddel is het deponeren van een patent op iets onbenulligs. Een fabrikant van een generiek middel kan dat patent wel aanvechten bij de rechtbank, maar ondertussen heeft de oorspronkelijke fabrikant er zomaar 30 maanden extra looptijd bij, meestal à raison van vele tientallen miljoenen dollars. Daar wegen de oplopende advocatenkosten wel tegenop. Risico bij de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen is er volgens Angell niet, doordat er allerlei speciale belastingmaatregelen zijn die vrijwel elk risico uitsluiten. Uiteraard betalen gewone mensen daar door middel van belasting wel een bijdrage voor. Angell laat zien dat het merendeel van het geld naar marketing gaat (36%) en niet naar research (14%). De industrie bepaalt in de VS het grootste deel van de nascholing en weet zelfs aanzienlijke invloed uit te oefenen op het vaststellen van de te vergoeden geneesmiddelen in Medicare. Het meest verontrustend vond ik de beschrijving van de banden die de industrie heeft met de FDA, de regering, de universiteiten en de artsenorganisaties. De onderlinge verwevenheid is zo groot dat er nauwelijks meer controle is op veiligheid van geneesmiddelen. De Vioxx-affaire is daar een mooi voorbeeld van (zie ook het commentaar op pagina 614). Angell noemt het hele systeem corrupt en als ik van de editor van het Amerikaanse geneesmiddelenbulletin ( The Medical Letter) hoor dat de gezamenlijke farmaceutische industrie 30 miljoen dollar per jaar aan de American Medical Association geeft voor het verkrijgen van adressen van dokters, ben ik erg geneigd dat te geloven. Het besef dat marktwerking leidt tot een systeem dat niet gericht is op gezondheid en veiligheid maar uitsluitend op meer winst, zou ook bij onze Nederlandse beleidsmakers meer ingang moeten vinden. Een mooi boek voor de Kerst dus, niet alleen voor zorgverzekeraars en politici, maar ook voor patiënten; Angell geeft ze zelfs een lijstje waarmee ze hun dokter kunnen ondervragen over zijn banden met de industrie. Elke dokter die nog denkt dat de industrie geen invloed heeft op zijn voorschrijfgedrag moet dit boek lezen (of het boek De cholesteroloorlog van de Belgische huisarts Dirk Van Duppen dat we volgende maand bespreken).

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen