Nieuws

Een sommige dag

Gepubliceerd
7 juli 2011

Als ik mijn auto parkeer, zie ik haar nog net de praktijk binnenlopen: mevrouw Bonhof. De rode regenjas klappert in de wind, haar krukken glibberen op de stenen. Elke maandagochtend om tien voor acht is ze paraat. Mevrouw Bonhof loopt al jaren met krukken vanwege pijn in haar knieën. Ze heeft haar rechterhand in een brace omdat dat helpt tegen de pijn in haar duim. Een waslijst aan specialisten heeft helaas nooit een oorzaak kunnen vinden voor haar klachten. LOK. Lichamelijk onverklaarde klachten: dé uitdaging in de huisartsenpraktijk. Door middel van SCEGS kun je uitzoeken wat deze klacht betekent voor een patiënt. Met de 4DKL inventariseer je wat voor psychische oorzaken kunnen meespelen. En met PST kun je vervolgens patiënten coachen om de problemen in hun leven aan te pakken. Deze overmaat aan afkortingen moet LOK-patiënten iets magisch geven en het ‘zucht’-effect bij huisartsen wegnemen. Vaak lukt dat, dan ben ik dol op mijn LOK-kers en vol energie om elk detail van hun leven te exploreren. Maar op sommige dagen niet. Vandaag is een ‘sommige dag’. Ik staar tussen de ruitenwissers door naar de verregende praktijk en zucht. Mevrouw Bonhof heeft sinds een week een plekje op haar vinger dat extreem pijnlijk is. Ik zie een wondje van twee millimeter, zonder teken van infectie. Omdat mevrouw weigert de spreekkamer te verlaten voor ik haar iets geef, vraag ik Maarten erbij. Hij onderzoekt het plekje nauwkeurig en constateert: ‘Inderdaad: een laesie met genezingstendens’ en stelt voor er tweemaal daags lanette op te smeren. Mevrouw Bonhof knikt tevreden, werpt nog een verwijtende blik op mij (‘Zie je wel dat er iets moest gebeuren!’) en verlaat de spreekkamer. Na mevrouw Bonhof zie ik een meisje met vier hobby’s, twee banen en moeheid. Ze wil lab. Een dubbel consult om samen te bespreken wat er in haar leven speelt, vindt ze niet nodig. Daarna volgen drie patiënten met keelpijn. Ik onderzoek ze en zet drie keer dezelfde tape aan: ‘Dit is een virus. Het goede nieuws is dat het vanzelf weer overgaat. Het slechte nieuws is dat je er geen antibiotica tegen kunt geven om het morgen over te laten zijn.’ Snel check ik mijn mail. Pablo, mijn vroegere teamgenoot van Médecins du Monde (MDM), schrijft dat er 630 indianen op een berg zitten. Ze zijn door paramilitairen verdreven van hun grondgebied, omdat er een groot mijnbouwproject gaat plaatsvinden. De Colombiaanse regering heeft hiervoor toestemming gegeven, ondanks dat het een beschermd reservaat is. Ze zitten op 8 uur lopen en 4 uur varen van de MDM-basis, zonder enige medische zorg. De arts die op dit moment in het project werkt, vertikt het om op brigade naar ze toe te gaan. ‘¡Anna! ¿Donde estas? ¡Te extranamos!’ schrijft Pablo. Ik doe mijn ogen dicht en ben weer terug: eindeloze jungle en verlaten rivieren. Samen sjouwden we uren door de modder met onze rugzakken vol medicijnen, vaccins, anticonceptie en…’ ‘Anne!’ Ingrid plant een kop thee voor me neer. ‘De volgende zit al voor je klaar, hoor.’ Elke dag 2 uur rijden om in een jaren-80-spreekkamer moeë hoesters en LOK-kers te zien: is dit mijn toekomst? Wil ik dit écht nog 30 jaar? vraag ik me af als ik die middag door het druilerige landschap naar de universiteit rij voor mijn halfjaarlijkse voortgangsgesprek. Hopelijk gaat dat soort gesprekken hier net als bij chirurgie. Mijn opleider daar wierp een vermoeide blik op het beoordelingsformulier – ‘Jezus, wat veel hokjes’ – tekende een grote accolade met ‘goed’ erachter en beende de kamer uit. ‘Vertel eerst eens hoe je het zelf vindt gaan, liefst per competentie,’ opent de huisartsopleidingsbegeleider het gesprek. Ik lepel netjes het verhaaltje voor hem op dat ik tijdens de autorit heb ingestudeerd: hoe de samenwerking in de praktijk gaat, het communiceren met patiënten, mijn vakinhoudelijke ontwikkeling, het geven van onderwijs en dat ik ook qua professionaliteit steeds beter leer om werk en privé te scheiden. Als ik zwijg, zwijgt ook de huisartsopleidingsbegeleider. Hij zakt een stukje achterover, slaat zijn armen over elkaar en kijkt me aan. ‘Oké. Oké. Mooi… Maar wat ik me met name afvraag bij jou: in hoeverre is je leven op dit moment precies zoals je het zou willen?’ Anne Hermans Anne is in opleiding in Noordwoud.

De namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen