Nieuws

Een universitaire huisartsenpraktijk? Onzin

Gepubliceerd
10 februari 2004

Naar aanleiding van het artikel van Van der Werf en Veehof zou ik het volgende willen opmerken.1 Het idee van Van Deen over de universitaire huisartsenpraktijk berustte op de gedachtegang dat een medische faculteit een ziekenhuis nodig heeft voor onderwijs en onderzoek en een afdeling huisartsgeneeskunde dus over een universitaire huisartsenpraktijk moet kunnen beschikken. Toen ik in 1979 hoogleraar werd, had ik dat snel in de gaten: mijn praktijk in Nieuwkoop was beter georganiseerd dan de Groningse praktijk, die op veel punten evident achterliep. Het oude kaartsysteem van Saan deugde niet. Goed oogheelkundig onderzoek kon er niet worden gedaan. De beheersadministratie viel onder de verantwoordelijkheid van de vakgroep, die deze administratie ook mocht betalen. De doktersassistenten – meer dan twee fte – drukten op de formatie van de vakgroep. De praktijk leverde nauwelijks een bijdrage aan het onderwijs en participeerde niet in de beroepsopleiding. Al het onderzoek was mislukt.2 Weinig was goed afgesproken en niets lag schriftelijk vast. Deze problemen stonden vaak op de vergaderagenda van het vakgroepbestuur. De misère was niet goed oplosbaar. In 1988 kwam in Groningen het boek uit: Samen werkt het beter. Een bedrijfskundig onderzoek naar de samenwerking tussen universiteit en huisartsen. Hierin stond een groot aantal aanbevelingen.3 Merkwaardig is dat er zo weinig aandacht aan deze studie is besteed. Ook Crebolder en Stalman, die in hetzelfde nummer van H&W over hetzelfde onderwerp schrijven, noemen het boek niet.4 Een ‘academische werkplaats’ is een mooi woord voor hetzelfde begrip. Ik kan kort zijn: het nut van een universitaire huisartsenpraktijk is nooit bewezen. Vergeefs heb ik naar juichende publicaties over dat onderwerp gezocht. Ze bestaan niet. Het is een vergissing. Een kostbare vergissing. G.J. Bremer

Antwoord

Enige nuance op Bremers toch wel erg massieve oordeel over academisering in het algemeen en over onze praktijk in het bijzonder is noodzakelijk. Ook wij herinneren ons de komst van Bremer in 1979 naar Groningen en zijn oordeel over wat hij aantrof in die jaren. Wat er sindsdien, althans in onze praktijk, veranderd is hebben we beschreven, want verantwoording afleggen maakt deel uit van de academische patiëntenzorg. Of dat wat er in die jaren in onze praktijk gebeurd is een kostbare vergissing is geweest kan iedere lezer zelf beoordelen. Ons lijkt dat winst. Ger van der Werf, Leo Veehof

Literatuur

  • 1.Werf G, Veehof L. Huisartsenpraktijk en academie. Huisarts Wet 2003;46:680-4.
  • 2.Bremer GJ, Engels M, Van der Meer K, Kauffmann- Wachters CSM. Mislukt onderzoek, te voorkomen? Huisarts Wet 1981;24:4-8.
  • 3.Blanken AJ, Oudkerk RH. Samen werkt het beter.Faculteit Bedrijfskunde, Groningen, 1988.
  • 4.Crebolder H, Stalman W. De academische werkplaats huisartsgeneeskunde. Huisarts Wet 2003;46:685-9.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen