Praktijk

Een waterwratje te veel

Gepubliceerd
10 april 2007

Samenvatting

Farmacotherapeutische richtlijnen (FTR’en) komen niet zo vaak voor het voetlicht. Dit vooral omdat ze zijn ingebed in de behandelingsadviezen die de huisarts kan genereren in de P-regel van een consult, mits dit op de juiste wijze is ingevoerd en ICPC-gecodeerd. Recentelijk werden enkele FTR’en in H&W gepubliceerd. In de praktijk gaat in op een tweetal dat alleen digitaal beschikbaar is.

De ‘puist’ van Thijmen

Thijmen van 8 jaar komt op het spreekuur met onder zijn rechtertepel een grote ‘puist’. Deze is de laatste dagen gegroeid en doet pijn. Thijmen is weinig ziek en heeft ook nu geen koorts. Bij onderzoek ziet huisarts Jelle Feenstra in de oksel enkele zogenoemde ‘kissing’ mollusca contagiosa. Onder de rechtertepel zit een groot exemplaar met een doorsnede van bijna een centimeter met een rode hof. Thijmen kijkt wat angstig als Feenstra met zijn handen in de buurt komt van deze ‘puist’. Bij navraag blijken de mollusca al een aantal maanden aanwezig te zijn. Het begon met een paar wratjes in de oksel, maar deze grote onder de tepel is van recentere datum. Wat is het beste beleid?

Gewoon en ongewoon

Mollusca contagiosa, ook wel ‘kinderwratten’ of ‘waterwratten’ genoemd, vormen een onschuldige, self-limiting, virale huidinfectie. Mollusca zijn gemakkelijk te herkennen en genezen meestal spontaan binnen zes tot negen maanden zonder littekenvorming; een enkele keer verdwijnen ze pas na drie à vier jaar. Bij een intact immuunsysteem ontstaat levenslange immuniteit. Bij kinderen met constitutioneel eczeem komen mollusca vaker voor dan bij niet-atopische kinderen. Het is niet altijd duidelijk of het eczeem veroorzaakt wordt door de mollusca of dat juist de atopische constitutie het kind extra vatbaar maakt voor mollusca. Krabben bevordert de verspreiding van de wratjes. Bij een lokaal ontstekingsproces in de laesie zal deze gemiddeld sneller verdwijnen. Ziekten of medicatie die de weerstand verminderen of de immuniteit aantasten, kunnen een subklinische infectie manifest doen worden. Dit komt een enkele keer ook voor bij volwassenen. Hierop moet de huisarts bedacht zijn als de patiënt lokale of orale corticosteroïden, cytostatica of immunosuppressiva gebruikt.

Hoe te behandelen?

Omdat de mollusca meestal binnen zes tot negen maanden spontaan verdwijnen, wordt behandeling in het algemeen niet aanbevolen. Redenen om wel te behandelen kunnen zijn: langdurig persisterende mollusca, de besmettingskans en esthetische bezwaren. Een recent Cochrane-review laat zien dat de meeste behandelingen niet effectief zijn. Ook zijn er geen aanwijzingen dat behandeling het ontstaan van nieuwe mollusca zou vertragen. Over behandeling met elektrocauterisatie is geen literatuur gevonden. Een met een scherpe lepel verwijderd molluscum komt niet meer terug en geeft geen littekenvorming. Nadeel van fysische behandelingsmethoden (zoals vloeibare stikstof) is juist wel kans op littekenvorming. Mollusca zijn erg besmettelijk. Besmetting is te voorkomen door direct huidcontact te vermijden en na het baden een eigen handdoek te gebruiken. Bij constitutioneel eczeem is het belangrijk dat het kind niet te veel krabt om verdere verspreiding tegen te gaan. Overigens kan een eventueel bestaand perimollusculair eczeem worden behandeld met klasse-1-corticosteroïden (hydrocortisonacetaat 1%). Kinderen kunnen gewoon naar een kinderdagverblijf, crèche of zwembad.

Terug naar Thijmen

Feenstra geeft Thijmen de keuze tussen geen actie ondernemen of na lokale verdoving (lidocaïne/prilocaïne-crème onder occlusie) de grote molluscum met een scherpe lepel verwijderen. Thijmen kiest voor de eerste optie, maar zijn moeder maakt zich zorgen over de grote zwelling en de door Thijmen aangegeven hinder. Gezien de forse rode hof zou er sprake kunnen zijn van een secundair (bacterieel) geïnfecteerd molluscum. Feenstra probeert zowel Thijmen als zijn moeder tegemoet te komen en schrijft fusidinezuurcrème 2% voor. Ruim een week later komt Thijmen met zijn zusje mee. Het grote molluscum is geknapt, er zit alleen nog een korst. De andere mollusca vertonen ook een wat rode hof. Het begin van hun einde…

Louwrens Boomsma en Henk Folmer, beiden huisarts en (senior-)wetenschappelijk medewerker NHG

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen