Nieuws

Enkelklachten

Gepubliceerd
10 september 2008

Van Rijn et al. (H&W 2008;51:330-3) pleiten voor onderzoek naar prognostische factoren voor aanhoudende enkelklachten na inversietrauma. Deze factoren zijn volgens mij subtiele functiebeperkingen die met specifieke manueel geneeskundige (MG) onderzoekstechnieken opgespoord en behandeld kunnen worden. Bij een MG behandeling wordt als het ware op de resetknop gedrukt; de functie van de enkel herstelt meestal onmiddellijk. De functiestoornissen na een inversietrauma zitten meestal in het bovenste spronggewricht (BSG), het onderste spronggewricht (OSG) en het gewricht van het fibulakopje met de tibia. Ook elders in de bewegingsketen kunnen (onderhoudende) stoornissen optreden. Screenende anamnese en onderzoek voor genoemde subtiele functiebeperkingen zijn bij het BSG vaak een strak of een bandgevoel om de enkel en moeite met dorsiflexie. Hurken gaat niet goed; de hak is aan de beperkte kant niet goed op de grond te plaatsen. Bij een OSG is er vaak sprake van instabiliteitsklachten op oneffen terrein, en veel minder op vlakke grond. Mogelijk worden OSG-beperkingen vaak onterecht als instabiliteit aangemerkt. Als de patiënt niet op de laterale voetrand kan lopen, is de kans op een beperking van het OSG groter. Functiebeperkingen van het tibiofibulaire gewricht gaan vaak gepaard met een strak of beurs gevoel rond het fibulakopje en met beperking van het BSG. Normaliter exoroteert de fibula bij het strekken van de knie. Een verminderde exorotatie pleit voor functiebeperking van het fibulakopje. Indien genoemde beperkingen beiderzijds voorkomen, is herkennen vaak erg lastig.

Een arts MG kan deze beperkingen oplossen. Manueel fysiotherapeuten herkennen vaak genoemde beperkingen en/of resten hiervan niet. Als een beperking is opgelost, zijn mensen vaak verbaasd omdat de pijn, beperking en instabiliteitsgevoel ineens afnemen. Shinsplintsklachten verminderen vaak direct als genoemde beperkingen opgeheven worden. Mogelijk zijn dit soort klachten een gevolg van beperkingen die zijn ontstaan door een eerder opgelopen lateraal enkeltrauma.

Raoul Boot, huisarts/arts MG.

Antwoord

Collega Boot doet, in wat lijkt op een promotie voor de manuele geneeskunde, opzienbarende uitspraken over het oplossen van restklachten na een acuut lateraal enkeltrauma. De door hem aanbevolen behandeling zou dé oplossing zijn voor patiënten met aanhoudende klachten. Jammer dat elke wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt en we zo verstoken blijven van argumenten die de oplossing van dit probleem ondersteunen. Want uit een recent gepubliceerde systematische review blijkt dat 1 jaar na het initiële enkeltrauma 5% tot 33% van de patiënten nog steeds pijn en instabiliteit rapporteert, dat 34% van de patiënten minstens 1 recidief oploopt, en dat zelfs na een periode van 3 jaar 15 tot 64% nog niet hersteld is.1 De prognostische factoren waarover gesproken wordt in ons artikel zijn factoren die voorspellen of patiënten al dan niet herstellen. Ik ben het niet eens met Boot dat de functiebeperkingen, waarover hij het heeft, prognostische factoren zijn voor aanhoudende klachten, maar deel wel de mening dat deze functiebeperkingen er onder andere toe leiden dat patiënten niet herstellen. Prognostische factoren voor aanhoudende klachten blijven dus tot op de dag van vandaag grotendeels onbekend. Slechts één oud onderzoek doet een uitspraak over prognostische factoren voor restklachten na een acuut lateraal enkeltrauma. Sportactiviteit op hoog niveau (training ≥ 3 maal per week) was daarin een prognostische factor.2 Door middel van onderzoek naar prognostische factoren, zowel demografisch als klinisch, is het mogelijk om hoogrisicogroepen te onderscheiden en de effectiviteit van behandelingen in deze groepen te onderzoeken. In vervolg op ons onderzoek naar de effectiviteit van oefentherapie verschijnen daarom binnenkort de resultaten van het onderzoek naar prognostische factoren. Tot slot zou ik collega Boot willen aanmoedigen om het effect van de manueel geneeskundige behandelingen te onderzoeken zodat dit ook wetenschappelijk onderbouwd kan worden, zodat we gezamenlijk tot een oplossing kunnen komen voor de aanhoudende klachten na een acuut lateraal enkeltrauma.

Rogier van Rijn

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen