Wetenschap

Etnische achtergronden en cardiovasculaire medicatie

Gepubliceerd
10 augustus 2006

Vraagstelling

Is er bewijs voor verschillen in gevoeligheid voor bijwerkingen van cardiovasculaire medicatie bij verschillende etnische groepen?

Betekenis voor huisarts en patiënt

Veel patiënten in de huisartsenpraktijk gebruiken medicatie voor cardiovasculaire aandoeningen. Bijwerkingen van medicatie kunnen nogal eens leiden tot morbiditeit en mortaliteit, maar zijn niet voor alle etnische groeperingen gelijk. Volgens dit onderzoek zijn er in dit opzicht ook voor cardiovasculaire medicatie significante verschillen tussen de diverse etnische groepen. Het is van belang om hier als huisarts alert op te zijn.

Korte beschrijving

Inleiding Bijwerkingen van cardiovasculaire medicamenten komen vaak voor. Er is tot op heden geen consensus welke invloed de etnische of raciale achtergrond van een patiënt heeft. In deze systematische review is gekeken naar verbanden tussen verhoogde gevoeligheid voor bijwerkingen van cardiovasculaire medicatie en etnische afkomst.1 Onderzoeksopzet De reviewers zochten in Medline en EMBASE naar artikelen die zowel etnische afkomst als bijwerkingen van cardiovasculaire medicatie beschrijven. Zij vonden 24 artikelen, waarbij een vergelijking met een controlegroep mogelijk was. Indien meerdere onderzoeken beschikbaar waren, poolden zij de gegevens zo mogelijk en berekenden ze een relatief risico (RR). Patiëntenpopulatie Volwassen patiënten met verschillende etnische achtergronden die cardiovasculaire medicatie gebruiken. Globaal werden de patiënten ingedeeld in ‘negroïd’, ‘blank’ en ‘Aziatisch’. Resultaten De resultaten voor ACE-remmers en trombolyse konden gepoold worden. Bij de overige medicatie was dat niet mogelijk omdat het daar hoofdzakelijk om kleinere onderzoeken ging. ACE-remmers. Negroïde patiënten bleken in vergelijking met niet-negroïde patiënten een verhoogd risico te hebben op het ontwikkelen van angio-oedeem (RR 3,03; 95%-BI 2,51-3,66). Hoesten kwam als bijwerking meer voor bij Aziatische dan bij blanke patiënten (RR 2,66; 95%-BI 1,58-4,77). Tussen negroïde en blanke patiënten bleek er voor deze bijwerking geen verschil. Trombolyse. Negroïde patiënten hadden een verhoogd risico ten opzichte van niet-negroïde patiënten op een intracraniale bloeding (RR 1,48; 95%-BI 1,17-1,86). Uit een ander onderzoek kwam naar voren dat bij trombolytische behandeling 17% van de negroïde patiënten een ernstige bloeding kreeg tegenover 11% bij blanke patiënten (RR 1,9; 95%-BI 1,6-2,3). Andere medicamenten. Depressieve klachten bij hydrochloorthiazidegebruik (HCT) kwamen significant vaker voor bij negroïde dan bij blanke patiënten – in het artikel werden overigens geen getallen gemeld. Hoofdpijn werd als bijwerking van HCT gerapporteerd bij 17% van de negroïde patiënten en bij 2% van de blanke patiënten (pConclusie van de onderzoekers Het doel van medicamenteuze behandeling is maximale behandeling met minimale risico’s op bijwerkingen. De resultaten van dit onderzoek tonen voor een beperkt aantal cardiovasculaire medicamenten een verschil aan in gevoeligheid voor bijwerkingen bij verschillende etnische groepen. Voor een veel grotere groep medicamenten weten we dit eenvoudigweg niet omdat daarvoor de gegevens ontbreken. Er is meer farmacologisch onderzoek met verschillende etnische groepen nodig om onze kennis op dit gebied te vergroten. Bewijskracht Systematische review van gerandomiseerde trials met heterogeniteit (1a-).2 Marlous Adema en Arie Knuistingh Neven, LUMC

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen