Praktijk

European General Practice Research Workshop, Avignon

Gepubliceerd
10 augustus 2002

De voorjaarsbijeenkomst van de European General Practice Research Workshop (EGPRW) vond dit jaar plaats in Avignon, Frankrijk van 9-12 mei. De ruim 100 deelnemers konden gedurende 5 dagdelen in de indrukwekkende ambiance van het Palais des Papes genieten van 11 themagerelateerde en 9 vrije voordrachten, 9 posters en 6 one-slide-five-minutes presentations. Bernard Gay, hoogleraar te Bordeaux en voorzitter van het Franse college van academische huisartsen (CNGE), schetste de stand van de infrastructuur waarbinnen het Franse huisartsgeneeskundige onderzoek moet plaatsvinden. Enerzijds participeren weinig huisartsen in medisch onderzoek (te weinig geld en tijd, te weinig hoogleraren huisartsgeneeskunde), anderzijds is het potentieel groot: er zijn 4000 huisartsopleiders aangesloten bij 36 regionale colleges. Onderzoeksprojecten probeert men regionaal op te zetten, gebruikmakend van de infrastructuur van de huisartsenopleiding. Men ziet de noodzaak in internationaal te publiceren wil men invloed krijgen bij financiers en universiteiten.

Pijn

Dominique Huas (Parijs), hield een inleiding op het thema ‘pijn’. In Frankrijk staan momenteel het meten van pijn en het behandelen van chronische niet-maligne pijn in de belangstelling. Vanuit specialistische hoek is er oppositie tegen het gebruik door huisartsen van opioïde analgetica voor chronische niet-maligne pijn. In een specialistische richtlijn voor de behandeling van chronische pijn werd als voorwaarde voor het voorschrijven van opioïden het gebruik van een objectieve pain assessment scale gesteld. Huisartsen bleken die schaal echter nauwelijks te gebruiken bij hun chronische-pijnpatiënten. Denis Pouchain (Vincennes) deed met behulp van meer dan 150 collega's een onderzoek onder 728 patiënten met langer dan 3 maanden bestaande niet-maligne pijn aan het bewegingsapparaat. Bij de helft van de patiënten werd een pain assessment scale gebruikt als basis voor het medicamenteuze beleid, bij de andere helft (controlegroep) niet. Als uitkomstmaten werden gebruikt: verschillen in pijnvermindering gemeten met een ‘pijnthermometer’ (schaal van 100 punten) respectievelijk wijziging van medicatie binnen een week. Resultaat: de gemiddelde pijnvermindering was hoger in de controlegroep (49 versus 42 punten); er waren meer patiënten in de controlegroep (44% versus 32%) die zeiden meer dan 50% pijnvermindering te ervaren en er waren geen verschillen in medicatieaanpassing tussen beide groepen. Of de richtlijn inmiddels is aangepast, vertelde het verhaal niet. Er waren dit keer veel Nederlandse bijdragen. De onderzoekers van het Nederlands Schouder Onderzoek – Ton Kuijpers (EMGO, Amsterdam), Camiel de Bruijn en Jacques Geraets (iRv/UM, Hoensbroek/ Maastricht) en Gert Bergman (Groningen) – presenteerden de opzet van hun onderzoeken in een gezamenlijke postersessie. Op inventieve wijze wordt binnen een landelijk samenwerkingsverband een cohortonderzoek (beoogde omvang 1000-1500 patiënten) naar het beloop van schouderklachten gecombineerd met drie onderzoeken naar het effect van een cognitief-gedragsmatige aanpak dan wel manuele therapie. Meer informatie op www.irv.nl/nso. In het onderzoek van Judith Sieben (Maastricht) over de preventie van chronische lumbago wordt eveneens een cognitief-gedragsmatige aanpak geëvalueerd. Na drie maanden onderzoek kon zij in ieder geval melden dat een hoge pijnintensiteit aan het begin van een rugpijnepisode een van de belangrijkste voorspellers voor chroniciteit is. Als practicus denk ik dan meteen: direct stevig pijnstillen dus!

Europa

In diverse voordrachten – Douglas Fleming (Birmingham) over internationale verschillen in gezondheid, Rupert Jones (Plymouth) over variatie in methoden voor longrevalidatie, Leo Pas (Brussel) over een op te zetten diabetesdatabase -kwam de roep om Europese samenwerking op het gebied van huisartsgeneeskundig onderzoek naar voren. Dit onderwerp stond ook uitgebreid op de agenda van de EGPRW Council, waarin alle nationale vertegenwoordigers zitting hebben. Besloten werd dat de EGPRW een actieve rol gaat spelen in het inventariseren van zowel Europese onderzoeksexpertise als onderzoekswensen op het terrein van de eerstelijnszorg. Op deze wijze wil de EGPRW haar bijdrage leveren aan de realisatie van een Europese agenda voor relevant huisartsgeneeskundig onderzoek.

Volgende bijeenkomsten

De volgende EGPRW-bijeenkomst wordt gehouden in Bled (Slovenië), van 17-20 oktober 2002, met als thema New technologies in general practice. In mei 2003 is Ankara (Turkije) aan de beurt, met als thema Infectious diseases in general practice.

Meer informatie

De volledige tekst van alle abstracts kunt u lezen in de European Journal of General Practice en op de EGPRW-website www.egprw.org . Daar treft u ook informatie aan over de call for abstracts en het lidmaatschap.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen