Wetenschap

Euthanasie

0 reacties
Gepubliceerd
10 mei 2003

Heleen Weijers geeft in haar proefschrift een zeer volledig en boeiend overzicht van het proces van rechtsverandering, Alle participanten in het beschreven proces van rechtsverandering komen uitvoerig aan bod zoals politici, medici, ethici, theologen, juristen, filosofen en, niet te vergeten, de paus. Het geheel is gelardeerd met verslagen van rechtszaken vanaf 1886. Een van de oudste rechtszaken is die van de boterkoopmansknecht die zijn vrouw op haar smeken – zij lijdt aan kanker – om het leven brengt en tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld wordt. Ook later staan niet alleen dokters terecht voor doden op verzoek, maar ook leken zoals een 32-jarige man die in 1978 op zeer klunzige wijze zijn schoonmoeder op haar verzoek om het leven brengt; ‘na uren gezamenlijk gemartel met ondeugdelijke slaapmiddelen en een poging tot ophanging, waarbij de haak uit het plafond schoot, had hij ten slotte zijn stiefmoeder gewurgd met een hondenriem’. Hij wordt veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf. Ook de zaak van mevrouw Postma (arts) komt aan de orde die niet alleen een stroom publicaties over levensbekortend en levensbeëindigend handelen genereert, maar ook leidt tot de oprichting van de Nederlandse Vereniging van Vrijwillige Euthanasie (NVVE). Het boek begint met een hoofdstuk over het juridische en ethische kader. Daarna wordt de geschiedenis van de rechtsverandering beschreven in acht hoofdstukken die vier periodes vertegenwoordigen: een eerste periode (1945-1970) waarin euthanasie nauwelijks een onderwerp van gesprek was; een tweede periode (1970-1982) waarin veel gediscussieerd werd over euthanasie, maar nauwelijks overeenstemming bestond over wat daaronder verstaan moest worden en waarin de eerste belangrijke rechtszaken plaatshadden; een derde periode (1982-1989) waarin legalisering plaatsvond en ten slotte de vierde periode (1989-2002) waarin gepoogd werd een politiek compromis te bereiken en uiteindelijk een wet werd aangenomen. Wat heel duidelijk naar voren komt, is dat zoals zoveel Nederlandse politieke processen, ook het proces tot wetsverandering met betrekking tot euthanasie gekenmerkt wordt door dralen, uitstellen en advies vragen. Na 32 jaar publiek debat en 18 jaar politieke pogingen om de veranderde opvattingen over euthanasie om te zetten in een wet, zijn de voorstanders van euthanasie daar uiteindelijk in geslaagd. Een belangrijke conclusie van Heleen Weijers is dat Nederland niet alleen jurisprudentie opbouwt over levensbeëindigend handelen door artsen, maar dat het ook het land is met de meeste informatie op dit terrein. Zij wijst erop dat tussen het eerste onderzoek in 1990 naar de praktijk van levensbeëindigend handelen en het tweede onderzoek in 1995 er wat betreft de getallen niet veel is veranderd. Er is een lichte tendens naar meer erkenning dat levensbeëindiging wordt toegepast en een lichte verandering in de verhouding tussen levensbeëindiging mét en zonder verzoek. Deze getallen wijzen erop – en zeker als men ze vergelijkt met de sporadische buitenlandse cijfers – dat er geen indicaties zijn dat Nederlandse artsen zich op het hellend vlak hebben begeven. Dit proefschrift is naar mijn mening een onmisbaar naslagwerk voor al diegenen die met kennis van zaken mee willen blijven denken op het terrein van levensbeëindigend handelen dat bepaald niet tot rust is gekomen. In de loop van 2003 zal een handelseditie verschijnen. Warm aanbevolen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties