Nieuws

Euthanasie en ethiek

0 reacties
Door
Gepubliceerd
20 mei 2001

Euthanasie blijft de gemoederen bezighouden. Tussen alle publiciteit in de media over levensbeëindiging zou een meer reflecterend boek voor veel huisartsen aantrekkelijk kunnen zijn. De moraaltheoloog Jean-Pierre Wils, directeur van het Centrum voor Ethiek van de Nijmeegse universiteit (CEKUN), wil in dit uit het Duits vertaalde boek, zoals hij zegt, ‘een bescheiden poging doen tot een ‘voorstel tot vormgeving’ van het sterven’. Het boek bevat zes hoofdstukken, die zich grotendeels ook als aparte teksten laten lezen. De eerste twee benaderen dood en sterven vanuit het werk van de schrijvers Max Frisch, Harry Mulisch, Hugo de Ridder en vanuit de filosofie van Feuerbach en Kierkegaard. Feuerbach doet een poging de dood filosofisch van haar angel te ontdoen; Kierkegaard verzet zich daar juist tegen en probeert de dood in zijn volkomen zinloosheid te beschrijven. Het derde hoofdstuk bespreekt, opnieuw aan de hand van literaire teksten van schrijvers als Cioran en Sartre, de ethische betekenis van de pijnervaring. De laatste drie hoofdstukken gaan meer specifiek over euthanasie (door Wils meestal met de in Duitsland gangbare term ‘stervenshulp’ aangeduid). Een historisch hoofdstuk bespreekt de geschiedenis van het denken over zelfdoding en euthanasie van de antieke oudheid tot nu, het vijfde bespreekt de Nederlandse situatie en biedt een blik op de situatie in België, en het laatste hoofdstuk bespreekt de ethische controverse rond euthanasie aan de hand van 15 soorten argumenten, onderverdeeld in deontologische (gebaseerd op een morele overtuiging) en consequentialistische (gebaseerd op gewenste of gevreesde gevolgen). Ik weet niet of dit een coherente samenvatting is, maar zij is in ieder geval coherenter dan het boek. Het kost veel moeite om in de omvergetrokken boekenkast van Wils een helder betoog te ontdekken, en nog meer om een eigen standpunt te vinden. Het boek draagt duidelijk de sporen van de oorspronkelijk Duitse context waarvoor het was geschreven: de lange discussies over de Duitse wetgeving zijn volgens Wils van belang voor de Nederlandse en Belgische situatie, maar ik kan er niet veel meer in zien dan een herhaling van discussies die in Nederland tien jaar geleden zijn gevoerd. Zo draagt het stuk over de verschillen tussen passieve en actieve en tussen directe en indirecte euthanasie mijns inziens totaal niet bij aan een verheldering van de ethische problemen rond levensbeëindiging. Ten slotte moet mij van het hart dat het boek hier en daar abominabel vertaald is. Eén zin wil ik vanwege de onbedoelde schoonheid de lezer niet onthouden: ‘Hoewel de hulp bij suïcide – vooral historisch en juridisch – een onafzienbare nabijheid tot de stervenshulpproblematiek laat zien, wordt deze problematiek hier niet bedoeld’ (p. 265). Een onafzienbare nabijheid! Al met al lost dit boek de mooie belofte van de titel beslist niet in. Het lijkt mij voor huisartsen dan ook geen aanrader.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen