Nieuws

‘Even bij oma langs’: soms ver reizen en dus minder hulp

Gepubliceerd
10 maart 2005

De geografische afstand tussen ouders, kinderen, broers en zussen, en schoonouders is gemiddeld dertig à veertig kilometer, mits ze in Nederland wonen. Onder hoogopgeleiden is de afstand tussen familieleden gemiddeld twee- tot driemaal zo groot als onder laagopgeleiden. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Netherlands Kinship Panel Study, een door NWO gefinancierd onderzoeksprogramma, waarin wetenschappers van verschillende onderzoeksinstellingen participeren. Voor het onderzoek zijn 9700 volwassen Nederlanders en een steekproef van hun familieleden ondervraagd. Het opleidingsniveau blijkt ook gerelateerd aan het aantal face-to-face contacten tussen ouders en kinderen die niet meer thuis wonen. Van de laagstopgeleiden heeft bijna 60% wekelijks of vaker contact, van de hoogstopgeleiden is dat 32%. De geografische nabijheid speelt ook een belangrijke rol bij het krijgen van hulp en het geven van hulp aan familieleden: hoe dichter familieleden bij elkaar wonen, hoe meer hulp ze van elkaar krijgen en aan elkaar geven. Als uitwonende kinderen moeten inspringen bij een zieke ouder betekent dat voor hoogopgeleiden een grotere inspanning dan voor laagopgeleiden. (FS)

Literatuur

  • 1.Themanummer Demos ‘Familiebanden belicht’. Den Haag: Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, december 2004.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen