Nieuws

Excentrisch oefenen bij peesaandoeningen

0 reacties
Gepubliceerd
10 december 2006

Peesaandoenigen zijn lastig te behandelen. Behandelingen als NSAID’s, steroïdinjecties en mobilisatietechnieken van de elleboog of cervicale wervelkolom zijn alleen op de korte termijn redelijk effectief. Van behandelingen als lasertherapie, ultrageluidtherapie en diepe dwarse fricties is de werkzaamheid nooit aangetoond. In dit boekje geven de auteurs de mogelijkheden aan van excentrische oefenprogramma’s voor de behandeling van diverse peesaandoeningen. Een concentrische contractie is het aanspannen (eventueel tegen wat weerstand) van pees en spier vanuit een gestrekte stand waarbij een beweging in het bijbehorende gewricht ontstaat. Bij een excentrische contractie gaat dit andersom: de spier en de pees zijn (deels) aangespannen; vervolgens wordt van daaruit (eventueel met wat weerstand) de spier verlengd en uiteindelijk gerekt. Zo is het buigen van de elleboog voor de biceps een concentrische contractie en het strekken van de elleboog voor de biceps een excentrische contractie. Na een beknopt overzicht over de anatomie van pezen, de oorzaken van peesletsel, de pathologische anatomie en de behandelmogelijkheden van peesaandoeningen, lichten de auteurs vanuit veel voorkomende casuïstiek het onderwerp verder toe. Excentrische oefeningen lijken de nieuwe belofte voor het succesvol behandelen van peesaandoeningen. Het is jammer dat nergens vanuit de fysiologie een toelichting wordt gegeven over het verschil tussen concentrisch en excentrisch contraheren en de effecten daarvan op peesweefsel. Misschien zou dat kunnen verklaren waarom excentrische oefeningen effectiever zouden zijn dan andersoortige oefen- of rektherapie. Helaas, een theoretische beschouwing over dit soort achtergronden ontbreekt. Uit onderzoeken naar diverse behandelingen bij achillespeestendinopathieën en bij de jumper’s knee komen bemoedigende resultaten van excentrisch toegepaste krachttraining naar voren. Maar met de stellingname dat er zo veel onderzoek is gedaan dat er inmiddels sprake is van evidence-based therapie, gaan de auteurs wel erg kort door de bocht. Daarvoor zal meer vergelijkend onderzoek met andere behandelingen moeten worden gedaan en moet er uitsluitsel komen over het werkingsmechanisme. Zeker omdat blijkt dat bij andere tendinosen de therapeutische claims minder hard zijn. Zo laat een onderzoek uit 2005 bij epicondylitis lateralis geen voordeel zien van het excentrisch oefenen.1 Los van de verdere wetenschappelijke onderbouwing is het voor de praktiserende (fysio)therapeut een handzaam boekje, waarin per hoofdstuk aan de hand van een patiëntcasus de behandeling verder wordt uitgewerkt. De excentrische oefeningen voor de diverse tendinopathieën worden aan de hand van duidelijke foto’s gedemonstreerd met daarnaast duidelijke behandelschema’s en instructies voor de patiënt. Jan Winters

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen