Wetenschap

Fictie en filosofie verbinden wet met werkelijkheid

Gepubliceerd
10 september 2005

De overheid maakt een wet en alles is geregeld. Was het maar zo eenvoudig. Neem de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, uit 2001. Al voor inwerkingtreding van die wet – en zeker ook daarna – dook de vraag op naar de interpretatie van de zorgvuldigheidseisen die samenhangen met lastige begrippen als ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’. Van meet af aan is er dus een, ingecalculeerd, spanningsveld tussen wet en werkelijkheid. De wet met zijn abstracte bepalingen gaat aan de praktijk voorbij. De medicus practicus moet zich maar zien te redden in dit spanningsveld… Wat moet hij doen? Naar eigen inzichten handelen, en op basis van die ‘echte’ praktijkervaringen de langzame stroom jurisprudentie afwachten, is weinig bevredigend. Filosofie en fictie slaan een brug tussen wet en werkelijkheid. Filosofie en literatuur bevatten namelijk kennis over de juiste manier van leven en handelen, ook inzake euthanasie: ‘Literatuur geeft de structuren van de concrete werkelijkheid en de prereflectieve ervaring direct weer; de filosofie legt deze structuren bloot en maakt duidelijk hoe de literatuur ons helpen kan bij het nemen en beoordelen van beslissingen.’ Het woord ‘prereflectief’ is essentieel in dit citaat. Natuurlijk, voor een morele oordeelsvorming is het belang van de eigen ervaring groot. Men kan echter niet alle antwoorden ontlenen aan reflectie, aan eigen ervaringen. Simpelweg omdat wij te weinig meemaken: hongersnood, moord, kindermishandeling, dierproeven, oorlog of een dictatuur; wij hebben er een (moreel) oordeel over, zonder dat wij dit aan den lijve hebben ondervonden. Zo zijn de antwoorden op praktische vragen rond euthanasie niet enkel te vinden na een fiks aantal malen concreet helpen bij zelfdoding. Er is meer voeding nodig. Literatuur is zo’n bron: literatuur voedt onze morele attitudevorming, geeft inzicht, nuanceert, scherpt aan, vlakt af en wat al niet meer. Het is een filter voor ons moreel besef. Behalve als bron van kennis, heeft literatuur het vermogen tot ontroering, plus morele zeggingskracht. De auteur verheldert in dit proefschrift hoe literatuur (essays en een roman van Willem Jan Otten) en filosofie (het gedachtegoed van Merleau-Ponty) een daadwerkelijke gids kunnen zijn in het morele mijnenveld rond euthanasie. Een prestatie van formaat. Monica Soeting heeft echter een uitgelezen profiel voor deze bepaald niet makkelijke opgave: zij is niet alleen filosoof, maar is tevens langjarig literair recensent van de Volkskrant en Trouw. Kennis en een heldere pen dus, kom daar maar eens om in een proefschrift. Hoogste tijd voor een handelseditie! Frans Meulenberg

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen