Nieuws

Gebruik van d-dimeer bij vermoeden longembolie of DVT

Gepubliceerd
30 september 2019
Bij een sterk klinisch vermoeden van diepe veneuze trombose (DVT) of een longembolie is het oordeel van de huisarts ruim voldoende voor een snelle verwijzing naar het ziekenhuis. Dit is in lijn met de NHG-Standaard Diepe veneuze trombose en longembolie. Van de met spoed verwezen patiënten van wie de huisarts een klinisch vermoeden had van DVT of longembolie en die een positieve d-dimeer hadden, bleek slechts 15,5% een tromboveneuze embolie te hebben.
0 reacties

De auteurs van dit historische cohortonderzoek includeerden 895 patiënten van wie de huisarts een klinisch vermoeden had van DVT of longembolie en patiënten bij wie de huisarts in 2015 een d-dimeer had aangevraagd. Van de 895 patiënten werd 52,5% met spoed (< 7 dagen) verwezen naar het ziekenhuis, 8% met semi-spoed (> 7 dagen) en werd 39,4% niet verwezen. De meerderheid van de urgent verwezen patiënten (72,3%) werd verwezen op basis van de kliniek en een positieve d-dimeer. Vrijwel al deze patiënten hadden een verhoogde d-dimeer (97,1%) waarvan bij slechts 15,5% sprake was van een tromboveneuze embolie. Bij 84,5% van de patiënten met een verhoogde d-dimeer bleek er sprake te zijn van een andere diagnose. Van de puur op het klinisch beeld urgent verwezen patiënten bleek 73,8% een tromboveneuze embolie te hebben en 26,2% een andere diagnose. Uiteindelijk bleek in totaal 31,3% van de met spoed verwezen patiënten een tromboveneuze embolie te hebben. Van de niet-urgent verwezen patiënten had één patiënt een tromboveneuze embolie.

In het artikel ontbreekt informatie over de Wells-score. Een lage Wells-score in combinatie met een negatieve d-dimeer sluit een tromboveneuze embolie veilig uit. Uit dit onderzoek valt niet op te maken op welke manier de Wells-score het aanvragen van een d-dimeer heeft beïnvloed. Van de niet-verwezen patiënten met een positieve d-dimeer blijft de reden waarom zij niet zijn verwezen onduidelijk. Wel is duidelijk dat bij een sterk klinisch vermoeden van een tromboveneuze embolie een d-dimeer weinig toevoegt aan de klinische blik van de huisarts.

Literatuur

  • Schols AMR, et al. General practitioner use of D-dimer in suspected venous thromboembolism: historical cohort study in one geographical region in the Netherlands. BMJ Open 2019;9:e026846.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen