Nieuws

Gedragstherapie voor chronische lage-rugpijn

0 reacties
Gepubliceerd
10 februari 2001

Achtergrond

De behandeling van chronische lage-rugpijn is niet primair gericht op het wegnemen van een onderliggende organische aandoening, maar op het verminderen van beperkingen door het beïnvloeden van de omgeving of door een cognitieve aanpak. Gedragsmatige interventies worden veel toegepast bij de behandeling van chronische lage-rugpijn.

Doelstelling

Het bepalen van het effect van gedragstherapie ten opzichte van verschillende andere behandelingen bij patiënten met chronische lage-rugpijn en het bepalen van de meest effectieve gedragsmatige interventie.

Methode

Alleen gerandomiseerde onderzoeken betreffende enige vorm van gedragstherapie bij patiënten met chronische lage-rugpijn werden geselecteerd.

Resultaten

In totaal werden 20 gerandomiseerde onderzoeken gevonden; zes daarvan waren van hoge kwaliteit. Gedragstherapie had een middelmatig positief effect op de pijnintensiteit (gestandaardiseerd verschil: 0,62; 95%-BI 0,25-0,98) en een bescheiden positief effect op de algemene functionele toestand (gestandaardiseerd verschil 0,35; 95%-BI -0,04-0,74) en op gedragsmatige uitkomsten (gestandaardiseerd verschil 0,40; 95%-BI 0,10-0,70). De bewijzen voor deze effecten waren van hoog niveau. Toevoeging van een gedragsmatige component aan een gangbare behandeling had geen korte-termijneffect op de pijnintensiteit (gestandaardiseerd verschil 0,03; 95%-BI -0,30-0,36), algemene functionele toestand (gestandaardiseerd verschil 0,31; 95%-BI-0,01-0,64) en gedragsmatige uitkomsten (gestandaardiseerd verschil 0,19; 95%-BI -0,08-0,45). De bewijzen hiervoor waren van minder niveau.

Conclusie van de reviewers

Gedragstherapie lijkt een effectieve behandeling voor patiënten met chronische lage-rugpijn. Onduidelijk is nog welk type gedragstherapie de voorkeur verdient en welke patiëntencategorie daarbij het meest gebaat is.

Commentaar

De in neutrale termen geformuleerde samenvatting van deze gedegen review verbloemt enigszins haar opzienbarende uitkomsten. Er werd bewijs van hoog niveau gevonden voor een gunstig effect van gedragstherapie bij chronische lage-rugpijn. Het is om te beginnen opzienbarend dat therapie überhaupt effect lijkt te hebben want, zoals de NHG-standaard samenvat, onderzoek naar verschillende andere vormen van therapie leidde tot nu toe steeds tot de conclusie dat geen of slechts minimale effecten konden worden aangetoond. Opzienbarend is verder dat gedragstherapie niet gericht is op de oorzaak van de rugpijn. Gedragsverandering lijkt dus een zinvolle manier om rugpijn en de functionele last die erbij hoort te verlichten. De NHG-standaard oordeelt nog gematigd positief over het mogelijk gunstige effect van een multidisciplinaire en deels gedragsmatige therapie bij chronische pijn. Dit oordeel had dus op grond van deze review veel positiever kunnen uitvallen. De in de standaard geformuleerde aanpak gericht op activeren, tijdscontingent werken en het uitleggen van de gunstige prognose sluit echter heel goed aan bij het waarschijnlijk gunstige effect van een gedragsmatige aanpak.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen