Wetenschap

In gesprek met Willem Bijleveld

Gepubliceerd
10 januari 2001

Je trad in de voetsporen van Hans van der Voort. Was dat niet extra moeilijk?

‘Ja, want wát voor voetsporen! Ik heb altijd heel veel respect en bewondering voor het cabaret van Hans gehad en je wilt het natuurlijk wél goed doen. Maar ik vond het ook een eer om hem op te volgen en heb geprobeerd het als een soort ode aan hem te brengen.’

Er waren dan ook overeenkomsten, zoals de piano en het politieke spel met de LHV. Dat was alleen nét wat scherper dan bij Hans.

‘Wat dat betreft heb ik natuurlijk veel meer vrijheid dan Hans zich als directeur van het NHG kon permitteren. Ik kan wat meer zeggen dan hij.’

Hoe kwam je hiertoe, ben je gevraagd?

‘Ik ben gevraagd door Paul Giesen. Net als hij kom ik uit Nijmegen en daar treed ik wel vaker op. Dat Paul mij vroeg, bespaarde mij het pijnlijke proces me te moeten opdringen, want dat had ik anders zeker gedaan. Vanaf het begin dat ik Hans dat cabaret zag doen, had ik het gevoel dat ik het zou willen overnemen als hij ermee zou stoppen. Ik had nog nooit eerder voor zo'n grote groep mensen gestaan, maar het was wel een warm bad! En het was een genoegen om samen te werken met André Haverkort. Hij is een fantastische pianist en heel erg muzikaal. Als je hem vraagt een overgang te maken van de dood naar ‘lang zal die leven’, doet hij dat zo. Het waren allemaal eigen arrangementen van hem, dat is toch ongelooflijk!’

Dus je doet het volgend jaar weer?

‘Nou, dat weet ik nog niet. Hier en nu denk ik “o nee, alsjeblieft niet”, maar wie weet!’

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen