Nieuws

Gezond bewegen

0 reacties
Gepubliceerd
10 februari 2001

Dat dit boek voor vakgenoten werd geschreven door een Mensendieck-oefentherapeut, wil nog niet zeggen dat het voor huisartsen niet interessant zou zijn. Twee zaken vallen op: de auteur richt zich tot zowel fysio- als oefentherapeuten, terwijl deze beroepsgroepen tot voor kort meer hun verschillen dan overeenkomsten in werkwijze plachten te benadrukken; ten tweede blijkt het aanleren van oefentherapie veel raakvlakken te hebben met ons huisartsenwerk, met name waar het gaat om informatieoverdracht en stimuleren van gedragsverandering. Bij oefentherapie ligt de nadruk daarnaast natuurlijk op bewegingsvaardigheden, maar ook dat terrein is ons huisartsen niet vreemd. Zo is het aardig om kennis te nemen van enkele gebezigde begrippen: waar medici in het algemeen beginnen met diagnostische activiteiten, kijken paramedici vooral naar de gevolgen van de aandoening; deze worden uitgedrukt in stoornissen, beperkingen en participatie, respectievelijk van anatomie, activiteiten of in maatschappelijk functioneren. De sequentie van behandelstappen bij het verstrekken van voorlichting – namelijk ‘openstaan’, ‘begrijpen’, ‘willen’, ‘doen’- wordt aangevuld met ‘kunnen’ en ‘volhouden’. Dit wordt nader uitgewerkt in: ‘aanknopen bij bestaande kennis en vaardigheid’, ‘patiënt weet waarom en waarvoor’, ‘patiënt zelf naar oplossingen laten zoeken’ (= willen), ‘frequente terugkoppeling over prestaties’, ‘plezier in leren doet verder leren’ (= kunnen) en ‘repeteren van kennis én vaardigheden’. Alles draait om gedragsverandering en -bestendiging wat betreft zowel cognities als vaardigheden. De patiënt wordt door de therapeut geholpen om eigen en blijvende oplossingen voor zijn probleem te vinden. De therapeut moet zich daarom terughoudend opstellen en als het ware een eindje achter de patiënt aanlopen om dit mogelijk te maken. Het klinkt mij als huisarts niet onbekend in de oren. Een en ander wordt uitgewerkt in een aantal voorwaarden voor gedragsverandering bij de patiënt. Deze aanpak past bovendien ook goed bij de nieuwe inzichten bij de benadering van diverse ‘benigne’ chronische pijnproblemen; de oorzaak kan niet op de staart worden getrapt maar de gevolgen kunnen wel aldus worden bestreden.

In diverse opzichten interessant om kennis van te nemen voor wie belang stelt in bewegingstherapie zonder elektrische apparaten (en eigen inzichten daaraan wil toetsen), en voor wie wil verwijzen naar een therapeut die zo te werk gaat.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen