Wetenschap

Gonartrose en pijn

Gepubliceerd
9 november 2010

Vraagstelling

Wat is het verband tussen knieklachten bij gonartrose en radiologische bevindingen?

Betekenis voor huisarts en patiënt

Bij de diagnostiek van gonatrose is het voor de patiënt weleens teleurstellend om bij de radiologische uitslag te horen dat er ‘eigenlijk niet zoveel te zien is’ terwijl hij erg veel klachten heeft. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er wel een correlatie is tussen knieklachten en radiologische bevindingen. Deze uitspraak is gebaseerd op onderzoek bij een grote groep personen. Het zal duidelijk zijn dat in individuele gevallen een relatie tussen de klachten en de röntgenuitslag kan ontbreken. De NHG-Standaard vermeldt overigens dat progressie van klachten niet radiologisch te volgen is.

Korte beschrijving

Inleiding De algemene opvatting is dat er bij gonatrose slechts een bescheiden relatie bestaat tussen de ervaren pijn en de bevindingen op de röntgenfoto. Dit geldt met name bij milde röntgenafwijkingen. Tot op heden was deze opvatting echter niet goed onderzocht. Om een al dan niet bestaande relatie aan te tonen werd daarom een onderzoek opgezet.1 Patiëntenpopulatie De onderzoekers rekruteerden patiënten uit een tweetal cohortonderzoeken. Uit deze cohorten zetten ze een nested case control-onderzoek op. De patiënten werden geselecteerd als zij aan één knie pijnklachten hadden. De geselecteerde groep uit het MOST (Multicenter Osteoarthritis) bestond uit 696 patiënten van 50 tot 79 jaar; uit de Framingham Osteoarthritis Study werden 336 patiënten van 49 tot 93 jaar betrokken. Ruim 60% was vrouw. De onderzoekers beschreven de röntgenopnamen volgens het KL-systeem (Kellgren en Lawrence; 0 = geen afwijkingen, 4 = ernstige afwijkingen), de aanwezigheid van osteofyten en vernauwing van de gewrichtsspleet. Uitkomstmaat De pijnklachten werden in kaart gebracht met vragenlijsten waarbij de patiënt de frequentie, de consistentie en de ernst van de pijn moest aangeven. Voor de ernst van de pijn gebruikten de onderzoekers de gevalideerde WOMAC-vragenlijst. Ze correleerden de verschillende röntgenafwijkingen en de pijnklachten met elkaar. Daarna vergeleken ze de correlatie tussen pijn en radiologische afwijkingen met eventuele pijnklachten en radiologische afwijkingen aan de andere knie. De onderzoekers analyseerden dus op ‘het knieniveau van de patiënt’, zodat ze meteen diverse confounders konden elimineren. Resultaten Patiënten met kniepijn bleken ernstiger radiologische afwijkingen in de aangedane knie te hebben dan in de contralaterale knie zonder pijn. De kans op kniepijn werd vergeleken met knieën KL-gradatie 0. Bij patiënten uit het MOST-onderzoek nam de OR toe van 1,5 (95%-BI 0,9-2,3) voor KL-1 tot 151 (95%-BI 43-526) KL-4. Bij patiënten uit het Framingham-cohort was de OR 1,2 (95%-BI 0,6-2,5) KL-1 tot 73 (95%-BI 16,2-331) KL-4. Voor de aanwezigheid van osteofyten en vernauwing van de gewrichtsspleet bestond een vergelijkbare (‘dose-response’)-relatie. Conclusie van de onderzoekers De onderzoekers stellen dat er op basis van deze gegevens wel degelijk een duidelijke relatie bestaat tussen de ervaren pijnklachten en de bevindingen op de röntgenfoto. Deze conclusie geldt voor een grote groep patiënten maar kan voor een individuele patiënt uiteraard anders uitpakken, zoals het begeleidende editorial opmerkt.2 Bewijskracht 3b Case control study.3 Arie Knuistingh Neven

Literatuur

  • 1.Neogi T, Felson D, Niu J, Nevitt M, Lewis CE, Aliabadi P, et al. Association between radiographic features of knee osteoarthritis and pain: results from two cohort studies. BMJ 2009;339:b2844.
  • 2.Pincus T, Block JA. Pain and radiographic damage in osteoarthritis. BMJ 2009;339:b2802.
  • 3. www.essentialevidenceplus.com/product/ebm_loe.cfm?show=oxford. Geraadpleegd in september 2010.
  • 4.Belo JN, Bierma-Zeinstra SMA, Raaijmakers AJ, Van de Wissel F, Opstelten W. NHG-Standaard Niet-traumatische knieproblemen bij volwassenen (eerste herziening). www.nhg.org. Geraadpleegd in september 2010.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen