Nieuws

Groot risico op toevalsbevindingen bij beeldvormende diagnostiek

0 reacties
Gepubliceerd
8 augustus 2018
Door de toegenomen beschikbaarheid en verbeterde resolutie is het aantal toevalsbevindingen bij beeldvorming sterk toegenomen. Dat blijkt uit een meta-analyse van systematische literatuuronderzoeken waarin de auteurs de prevalentie en behandeling van toevalsbevindingen bij beeldvorming nagingen. Deze toevalsbevindingen komen zeer vaak voor (tot 45%) en kunnen leiden tot angst, overdiagnostiek en overbehandeling door onzekerheden over de noodzaak en mogelijkheden voor behandeling.

De onderzoekers includeerden 20 systematische literatuuronderzoeken met in totaal 240 onderzoeken en 627.073 patiënten. In sommige onderzoeken werden ook patiënten meegenomen met een voorgeschiedenis van kanker of bij wie artsen een sterk vermoeden hadden van kanker. Er was geen systematisch literatuuronderzoek beschikbaar waarin het aantal toevalsbevindingen bij röntgenfoto’s of echografie werd beschreven.

De prevalentie van toevalsbevindingen was het hoogst bij een CT-thorax (45%; 95%-BI 36 tot 55), gevolgd door CT-abdomen/CT-colonoscopie (38%; 95%-BI 21 tot 57) en cardiale MRI (34%; 95%-BI 22 tot 46) [tabel]. De prevalentie van toevalsbevindingen was het laagst bij PET of PET/CT van het gehele lichaam (2%; 95%-BI 2 tot 4). Het percentage toevalsbevindingen dat maligne was, varieerde sterk per orgaan. Het hoogste percentage maligne toevalsbevindingen kwam voor bij de borsten (42%), schildklier (28%), eierstokken (28%) en nieren (25%). Het laagste percentage maligne toevalsbevindingen kwam voor bij de hersenen (0%), bijnier (0%) en speekselklier (5%). Er was geen systematisch literatuuroverzicht beschikbaar waarin het aantal toevalsbevindingen in de lever, alvleesklier, longen en milt afzonderlijk werd beschreven.

Beeldvorming
Toevalsbevindingen komen vaak voor bij beeldvorming.
© Shutterstock

Dit onderzoek laat het grote risico zien op toevalsbevindingen bij moderne, beeldvormende diagnostiek. Het merendeel van deze toevalsbevindingen is benigne van aard, maar kan wel leiden tot angst, verminderde kwaliteit van leven, en verdere (invasieve) diagnostiek, behandeling, complicaties en kosten. Deze toevalsbevindingen kunnen meer schade opleveren dan gezondheidswinst. Conform de Eed van Hippocrates ‘Ik zal aan de patiënt geen schade doen’ moeten artsen zich bewust zijn van het risico en dit bespreken met hun patiënt voordat zij diagnostiek inzetten. Dit geldt des te meer bij counseling voor ‘preventieve diagnostiek’, zoals whole-body MRI/CT zonder indicatie.

 

Beeldvormende diagnostiek

Orgaan met toevalsbevinding

Prevalentie toevalsbevinding (%, 95%-BI)

MRI wervelkolom

Wervelkolom

22 (19 tot 26)

Cardiale MRI

Ander dan hart

34 (22 tot 46)

CT thorax

Thorax, abdomen, wervelkolom, hart

45 (36 tot 55)

CT coloscopie

Ander dan colon

38 (21 tot 57)

MRI hersenen

Hersenen

22 (14 tot 31)

Whole-body PET, PET/CT

Schildklier, colon

2 (1 tot 4)

Orgaan met toevalsbevinding

Proportie maligne toevalsbevindingen (%, 95%-BI)

Bijnier

0,0007 (0 tot 0,5)

Eierstokken

28 (11 tot 48)

Hersenen

0 (0 tot 0,0001)

Borsten

42 (31 tot 54)

Ander dan colon

14 (4 tot 28)

Nieren

25 (16 tot 34)

Schildklier

28 (20 tot 37)

Colon

17 (12 tot 21)

Speekselklier

5 (2 tot 10)

Prostaat

11 (1 tot 28)

Literatuur

  • O’Sullivan JW, et al. Prevalence and outcomes of incidental imaging findings: umbrella review. BMJ 2018;361:k2387.

Reacties

Er zijn nog geen reacties