Nieuws

Hartritmediagnostiek met smartphone nog niet ideaal

Gepubliceerd
9 januari 2020
Een enkelvoudig 1-afleiding-ecg-apparaat dat wordt aangesloten op de smartphone is een prima diagnosticum voor het opsporen van atriumfibrilleren en andere ritmestoornissen, zoals een ventriculaire of atriale extrasystole. Het is echter minder geschikt voor het opsporen van geleidingsstoornissen. Verder zitten er nog wat haken en ogen aan de praktische uitvoering. Dat zijn de conclusies van een Nederlands onderzoek.
0 reacties

De onderzoekers includeerden 214 patiënten uit 10 huisartsenpraktijken voor het maken van een 12-afleidingen-ecg op indicatie (niet-acuut) van de huisarts. Zij werden onderverdeeld in twee groepen: patiënten met klachten (n = 108 van wie ruim 44% met hartkloppingen als primair symptoom) en patiënten zonder klachten (n = 106). Van iedere patiënt werd het hartritme geïnterpreteerd door het algoritme van de applicatie op de smartphone. Het 1-afleiding-ecg en het 12-afleidingen-ecg werden beide beoordeeld door een cardioloog.

Het 12-afleidingen-ecg liet bij 23 patiënten atriumfibrilleren zien, bij 44 patiënten een ventriculaire of atriale extrasystole en bij 28 patiënten een geleidingsstoornis. In vergelijking met het 1-afleiding-ecg bleek voor atriumfibrilleren de sensitiviteit en specificiteit 100%. Voor het in de smartphone geïntegreerde algoritme daalde de sensitiviteit naar 87% en de specificiteit naar 97,9%. Voor het diagnosticeren van een extrasystole bleek de sensitiviteit 90,9% en de specificiteit 93,5%; voor het opsporen van geleidingsstoornissen was de sensitiviteit 46,4% en de specificiteit 100%.

Het aan de smartphone gekoppelde 1-afleiding-ecg is een vrij accuraat hulpmiddel voor het vaststellen van atriumfibrilleren (sensitiviteit 87%, specificiteit 97,9%) en laat een goede sensitiviteit/specificiteit zien voor andere ritmestoornissen zoals extrasystolen. Het apparaat is minder geschikt voor het aantonen van geleidingsstoornissen.

De belangrijkste beperking van het onderzoek was de beoordeling van het ecg door de cardioloog en niet door een huisarts. Het is de vraag of in de praktijk iedere huisarts in staat is het 1-afleiding-ecg op de juiste wijze te interpreteren en of het device het 12-afleidingen-ecg in de praktijk kan vervangen. Kortom, een ontwikkeling met nogal wat mitsen en maren. 

Literatuur

  • Himmelreich JCL, et al. Diagnostic accuracy of a smartphone-operated, single-lead electrocardiography device for detection of rythm and conduction abnormalities in primary care. Ann Fam Med 2019;17:403-11.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen