Praktijk

Het Nationaal Programma Ouderenzorg

Gepubliceerd
11 december 2009

In 2008 is het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) van start gegaan. Ouderen kampen vaak met meerdere aandoeningen tegelijk, zoals vergeetachtigheid, hartproblemen, mobiliteitsstoornissen, eenzaamheid en depressie. Tegelijkertijd neemt hun kwetsbaarheid toe en kunnen kleine incidenten hun zelfredzaamheid verstoren. Zorg zou moeten leiden tot meer functiebehoud, grotere zelfredzaamheid en autonomie. Dat vraagt om een integrale aanpak die medische zorg samenbrengt met preventie, care en welzijn. Het NPO richt zich dan ook vooral op het aanbieden van een samenhangend zorgaanbod dat beter is afgestemd op en wordt aangestuurd door de individuele zorgbehoeften van ouderen. Het NPO beschikt over een budget van Є 80 miljoen en heeft een looptijd van vier jaar. Centraal in dit programma staan de acht regionale netwerken die zijn georganiseerd rond een universitair medisch centrum (UMC). In die netwerken participeren allerlei organisaties die actief zijn op het gebied van ouderen. Niet alleen zorgorganisaties, maar bijvoorbeeld ook gemeenten en niet te vergeten de ouderen zelf. Op bestuurlijk niveau worden binnen die netwerken afspraken gemaakt over een samenhangend zorgaanbod voor ouderen. De netwerken hebben daartoe zoveel mogelijk de wensen en behoeften van de ouderen met complexe problematiek geïnventariseerd. Om te zorgen dat de stem van de ouderen zelf blijft klinken heeft ZonMw de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties subsidie verleend om de ouderen in die netwerken te ondersteunen. Het idee is dat de acht door de UMC’s geleide netwerken een actieve rol op zich nemen in het begeleiden en ondersteunen van perifere partijen om te komen tot vernieuwende experimenten. De netwerken zijn te vinden op de website. Via een groeimodel moeten de netwerken uiteindelijk landelijk dekkend worden en blijven.

Experimenten

De zorg voor ouderen met complexe problematiek wordt gehinderd door bestaande versnippering van regelgeving, financieringsstructuren en beroepsbelangen. Het NPO wil met het toekennen van subsidie aan zogenaamde transitie-experimenten onderzoeken of zorg die tijdelijk op een andere dan de gangbare manier wordt aangeboden effectiever kan zijn. Met de term ‘transitie’ doelt men op de overgang tussen gangbaar (volgens de huidige regels) naar nieuw of innovatief, dus niet volgens de huidige regels. Een transitieonderzoek draagt ertoe bij dat op termijn bestaande (en belemmerende) regelgeving kan worden aangepast. Een dergelijk experiment levert evidence-based kennis over de vraag hoe het beter kan in de zorg voor ouderen met complexe problematiek. Op dit moment zijn twaalf transitie-experimenten goedgekeurd en gefinancierd. In februari 2010 is er een nieuwe ronde met als hoofdthema’s ‘Kwaliteit van leven’ en ‘Omgaan met functiebeperkingen’. Iedereen kan daartoe subsidieverzoeken indienen, maar u moet zich daartoe in principe aansluiten bij het regionale netwerk, waarbinnen het beoogde experiment valt. Een dergelijk transitie-experiment omvat minimaal drie disciplines en minstens twee afzonderlijke domeinen (preventie, cure, care of welzijn). Behalve transitie-experimenten is er ook ruimte voor meer klassieke onderzoeksprojecten. Deze zijn kortdurend en praktijkgericht. Daarbij kan het gaan om onderzoek naar preventiemogelijkheden, betere diagnostiek en betere behandeling. Implementatieprojecten moeten de bereikte resultaten verder brengen en bestaande kennis verspreiden. De regio’s maken afspraken over de implementatie met belangrijke samenwerkingspartners, zoals opleidingsinstituten, koepels, cliëntenorganisaties en kennisinstituten.

Coördinatie

Het NPO wordt uitgevoerd door ZonMW die daarvoor een commissie heeft benoemd. Het programma loopt tot 2012. Waarschijnlijk komt er nog een subsidieronde na 2010. Belangstellenden kunnen meer informatie vinden op https://www.zorgwijzer.nl/zorgkompas. Henk van Weert

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen