Wetenschap

Het risico op een infectie na een miskraam

Gepubliceerd
10 oktober 2006

Vraagstelling

Geeft een afwachtend beleid na een miskraam een verhoogde kans op infectie?

Betekenis voor huisarts en patiënt

Een miskraam is de uitstoting van het zwangerschapsproduct voor de 16e week van de amenorroe. Tien procent van alle zwangerschappen eindigt in een miskraam. Bij elke miskraam bestaat er een risico op infectie. De NHG-Standaard Miskraam adviseert om bij vrouwen bij wie geen echoscopie werd uitgevoerd een afwachtend beleid te volgen. Bij vrouwen bij wie met een echo is aangetoond dat het vruchtje niet levensvatbaar is, bespreekt de huisarts voor- en nadelen van een afwachtend beleid en van verwijzing voor curettage. De uitkomsten van het onderzoek ondersteunen het advies af te wachten, mits acute zorg binnen 24 uur bereikbaar is.

Korte beschrijving

Inleiding Na het constateren van een miskraam wordt, als de vrouw dat wenst, een curettage uitgevoerd. In hoeverre dit invasieve beleid gerechtvaardigd is met het oog op infectiegevaar, werd onderzocht in de Miscarriage treatment trial (MIST).1 In dit gerandomiseerde onderzoek werd het optreden van een infectie bij vrouwen met een miskraam vergeleken bij drie verschillende vormen van beleid: afwachtend, medicamenteus (het toedienen van mifepriston en misoprostol) en invasief (curettage). Patiëntenpopulatie Vrouwen met een miskraam bij een amenorroeduur =13 weken. Onderzoeksopzet Twaalfhonderd vrouwen met een miskraam werkten aan het onderzoek mee. Van deze groep werd bij 399 een afwachtend beleid gevoerd, bij 398 vrouwen een medicamenteus beleid en 403 ondergingen een curettage. Uitkomstmaat De primaire uitkomstmaat was het optreden van gynaecologische infectie binnen 14 dagen na de start van het onderzoek. In dit onderzoek moesten 2 of meer van de volgende 4 symptomen aanwezig zijn om van een gynaecologische infectie te kunnen spreken: purulente vaginale fluor, temperatuur >38 °C, gevoelige uterus bij onderzoek van de buik en leukocytose. Resultaten Een gynaecologische infectie trad in 2-3% van de gevallen op. Er werd geen significant verschil gezien in het optreden van infecties tussen de 3 deelnemende groepen. Het aantal niet geplande ziekenhuisopnames was vergeleken met de chirurgische groep significant hoger in de groep met afwachtend beleid (risicoverschil –41%; 95%-BI –47 - –36) en in de medicamenteuze groep (risicoverschil –10%; 95%-BI –15 - –6). Ongeplande chirurgische curettage kwam ten opzichte van de chirurgische groep significant vaker voor in de groep met afwachtend beleid (risicoverschil –39%; 95%-BI –44 - –34) en in de medicamenteuze groep (risicoverschil –30%; 95%-BI –35% - –25). Conclusie van de onderzoekers Er is een kleine kans op een gynaecologische infectie na een miskraam. Het maakt daarbij niet uit of voor een afwachtend, medicamenteus of invasief beleid wordt gekozen. Het risico op een ongeplande ziekenhuisopname of chirurgische curettage is significant hoger bij een afwachtend en medicamenteus beleid. Het is goed mogelijk in overleg met de patiënt voor een afwachtend beleid te kiezen indien de arts de iets grotere kans op een eventuele opname of chirurgische ingreep bespreekt. Bewijskracht Gerandomiseerd onderzoek (1b).2

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen