Nieuws

Het uitbuiten van verdriet

0 reacties
Gepubliceerd
10 juni 2009

Op het gebied van tweedegeneratieantidepressiva zijn er de afgelopen twintig jaar vele ‘me-too’-preparaten ontwikkeld, chemisch vergelijkbaar met al bestaande middelen (en dus waarschijnlijk ook qua effectiviteit vergelijkbaar), maar met langlopende patenten. De vraag is of al deze nieuwe middelen ook daadwerkelijk iets toevoegen aan de behandeling van depressie. Cipriani et al. deden een zogenoemde netwerkmeta-analyse. Hierbij gaat men ervan uit dat als er ten minste twee onderzoeken zijn gedaan - waarbij in onderzoek 1 middel A wordt vergeleken met middel B en in onderzoek 2 middel B met middel C - het mogelijk is om met deze gegevens middel A te vergelijken met middel C. Uiteraard moeten de onderzoeken dan wel onder exact dezelfde omstandigheden zijn uitgevoerd, met vergelijkbare populaties. De auteurs includeerden 117 RCT’s en konden zo 12 tweedegeneratieantidepressiva met elkaar vergelijken. Zeven onderzoeken zijn uitgevoerd in de eerste lijn. Helaas namen de auteurs geen placebo op in hun vergelijking, zodat je over het absolute effect van de middelen geen uitspraak kunt doen. Uit eerdere meta-analyses weten we al dat SSRI’s nauwelijks effectiever zijn dan een placebo, maar als je dan toch een SSRI wilt voorschrijven concluderen de auteurs dat escitalopram en sertraline het meest effectief zijn en het best worden verdragen, waarbij sertraline het goedkoopste middel is. Vergeleken met het door huisartsen veelvuldig voorgeschreven middel paroxetine zijn de oddsratio’s voor herstel na 8 weken behandeling voor escitalopram en sertraline respectievelijk 1,3 en 1,22. Als sertraline werd vergeleken met paroxetine was het responspercentage van sertraline 71% en van paroxetine 63% na 8 weken behandeling (respons gedefinieerd als 50% afname van de ernstscore in 8 weken tijd). Reboxetine was significant het minst effectief van alle tweedegeneratieantidepressiva, maar dit middel is dan ook niet geregistreerd in Nederland. Een kritische noot betreft de kwaliteit van de onderzoeken en de vergelijkbaarheid, aangezien bij 105 van de 117 geanalyseerde onderzoeken de kwaliteit van randomisatie en blindering onduidelijk was en zowel eerste- als tweedelijnspopulaties in de onderzoeken waren geïncludeerd. Terecht concluderen de auteurs dat er behoefte is aan een nieuwe behandeling die effectiever is dan de bestaande therapie, in plaats van oeverloos doorgaan met het ontwikkelen van ‘me-too’-preparaten die weinig meer bieden dan een hoop extra kosten door langlopende patenten. (KW)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen