NHG forum

Hoor ik wat je bedoelt? [Column]

Gepubliceerd
2 maart 2020
In januari van dit jaar nam huisarts Roy Beijaert, na ruim 33 jaar werkzaam te zijn geweest bij het NHG, afscheid. Hij hield zich 25 jaar lang bezig met patiëntencommunicatie, van patiëntenfolders tot aan Thuisarts.nl. Ook was hij een tijdje tv-dokter. Zijn afscheid stond in het teken van communicatie. Oud-huisarts en oud-NHG-medewerker Kees in ’t Veld, organisatiepsycholoog Aukje Nauta en filosoof Daan Roovers gingen in op het thema ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’. Op zijn afscheid las Roy een column voor.
3 reacties
Roy Beijaert
© Margot Scheerder

Wie wil er hier wat vertellen?

Ik dacht: wat zijn nou toch de echte ingrediënten van communicatie? Wat zijn de opvallend leuke kanten van communicatie? En hoe vaak denk je, als je bezig bent, misschien is dit wel krommunicatie?

Ik dacht: is er een zintuig tussen de sterren dat mij de weg kan wijzen?

Ik ging op zoek naar een goed consult, naar een goed gesprek naar goede communicatie, als je begrijpt wat ik bedoel.

Ik dacht toen: wie wil er hier wat vertellen, ben jij dat of ben ik dat. Wie luistert hier? Wie kijkt er en wie spreekt er hier? Jij met je vraag, met je zorg, met je angst of ik die het je even snel zal uitleggen? Jou ken ik, je bent mijn patiënt. Zoals ik jou ken zag jij op Thuisarts.nl al wel hoe je het mij zou willen uitleggen. Zit je daarom hier? Gewoon om mij jouw zoektocht, jouw onzekerheid, jouw differentiaal diagnose, jouw oplossingen voor te leggen en snak je voornamelijk naar mijn luisterend oor?

Welk zintuig zou het symbool moeten zijn voor een topconsult met super ratings? Bij mij kunnen ogen en mond nogal eens in de weg zitten. En misschien bij u ook? Misschien denken u en ik best vaak dat we het direct al zien, dat we het snappen, dat de hulpvraag kraakhelder is en komen we binnen zeven seconden vol overtuiging met óns verhaal, onze kraakheldere oplossing. Zoals we ook direct over ons eigen reisavontuur kunnen gaan toeteren vlak nadat we aan een vriend hebben gevraagd ‘Hoe was je vakantie?’.

Zelf zou ik best nog wat meer willen luisteren en niet meteen met mijn eigen verhaal, met mijn kennis, met mijn evidence en met mijn eigen routineuze oplossingen willen komen.

In een wereld vol technologie, dacht ik, zal het levend warm gloeiend luisterend oor de mens misschien nog wat houvast kunnen geven.

Toen dacht ik: wat zou er met mijn consultvoering gebeuren als ik me eens heel goed ga zitten realiseren dat een spreekuurbezoeker achteraf amper meer weet wat we hebben besproken, als ik me eens heel goed ga zitten realiseren dat de therapietrouw bij bijvoorbeeld behandeling van hoge bloeddruk nog geen 40% is en als je weet dat iemand met forse maagpijn en veel zuur gewoon voor een stevige protonpompremmer komt, zoals je zelf als patiënt misschien ook wel zou doen, terwijl jij nu zit te praten over dieet, alcohol, lichaamsbeweging en een zuurbindend papje.

Wat zou er aan mijn consultvoering kunnen veranderen als ik me eens heel goed ga zitten realiseren hoe het gaat in het hoofd van een patiënt als je hem direct nadat hij is gaan zitten voor het eerst vertelt dat hij diabetes type 2 heeft…

En dat, terwijl je ziet dat de patiënt toch even stil wordt, je die stilte opvult met je verhaal over dieet, medicijnen, de afspraak bij de POH en de relevante situaties op Thuisarts.nl.

Hoe praat je met een antivaxer als je weet dat elke minuut waarin je hem wil overtuigen van het belang van vaccinatie en elke minuut dat je er prachtige bewijs bij haalt, zoals bijvoorbeeld hoe goed het vroeger toch is gegaan met de pokkenvaccinatie. Als je weet dat jouw zekerheid misschien juist wel koren is op de breekbare molen van diezelfde antivaxer, jouw patiënt. Als je je realiseert dat jouw gelijk misschien wel de Pokon is voor het gelijk willen hebben van de antivaxer. Hoe praat je dan? Hoe communiceer je dan? Als je dat bedenkt, wat zou er dan aan je consultvoering kunnen veranderen?

En wat zou er met mijn consultvoering gebeuren als ik me eens heel goed ga zitten realiseren wat er gebeurt als ik praat met de man die bang is dat zijn plasklachten de symptomen zijn van prostaatkanker en op best bescheiden wijze om een PSA-onderzoek vraagt? En dat je dan samen zit te kijken naar de prachtige keuzehulp op Thuisarts.nl? En dat je uitlegt dat van de 100 geteste mannen er maar 20 een verhoogd PSA hebben en dat er van die 20 mannen maar 4 prostaatkanker hebben en dat er van die 4 maar 1 is die misschien ooit iets van zijn prostaatkanker gaat merken. Vertel je dan misschien ook dat je om die reden zelf nooit zo’n PSA-test zou laten maken. Hoe praat het, hoe voelt het, als je dat allemaal doet en je weet dat die aardige meneer daarna verlegen zegt: ‘maar mijn buurman van 83 heeft ook prostaatkanker en ik wil dus graag de PSA-test doen.’

Hoe zit dat met praten, kijken en luisteren? Wat doet u?

Wees een en al oor

We zaten in de Rode Hoed in Amsterdam. Op het podium stelde Daan Roovers vragen aan Dirk de Wachter, de langharige, bedachtzame, voor imperfectie pleitende Belgische psychiater. Daan stelde mooie scherpe vragen en luisterde. Samen met haar luisterden wij ook. Je mag best zeggen dat we aan Dirks lippen hingen.

Dirk zijn vrouw is huisarts dus ik dacht: da’s een mooie invalshoek. Na afloop liep ik naar hem toe, stelde me voor en vroeg of ik hem in deze drukte even wat mocht vragen. ’Shoot Roy’, zei hij, want in België raakt het Engels ook al ingeburgerd.

Ik vroeg hem of er, los van het warme Vlaamse accent, nog andere verschillen zijn in communicatieve kenmerken tussen Vlaamse en Hollandse huisdokters.

‘Awel, sprak hij, dat vind ik lastig. Maar misschien heb je hier wat aan: in het restaurant daar praat de Hollander en de Belg luistert. En toch heeft de Hollander z’n bord al leeg, terwijl de Belg luistert, ruikt en vol smaak van zijn eerste hap geniet.’

Ik ging op zoek naar een goed consult, naar een goed gesprek naar goede communicatie en ik weet niet precies of ik zelf wel begrijp wat ik bedoel.

Maar misschien is het zo: misschien moeten we toch zijn als de warme bakker uit mijn kindertijd. Zijn ‘wat is er van uw dienst’ had meer om het lijf dan brood alleen. Het was een stille man die kon luisteren. Terwijl hij je brood uitzocht, sneed en inpakte luisterde hij met bemeelde oren naar jouw verhaal. Misschien is dat het. Moeten we gewoon vragen ‘wat is er van uw dienst’ of ‘wat kan ik voor u doen’ of ‘waar kan ik u mee helpen’ en dan zwijgen, zwijgen en luisteren. Dat moet het toch gewoon zijn volgens mij. Luister! Wees een en al oor, wees een en al oor en vraag hooguit als jouw spreekuurbezoeker lijkt uitgesproken: anders nog iets?

Reacties (3)

Anja Meekes 31 maart 2020

Mooi betoog waAr ik me graag bij aansluit. Doet me denken aan mijn opleider die me ooit het boekje Geef nooit raad! aanraadde, waar ik nog steeds probeer me aan te houden, maar wat natuurlijk ook vaak mislukt. 

A. Meekes

Pieter Bots 6 maart 2020

Mooi Roy. Gewoon luisteren. De patiënt vertelt wel wat ie wil. Je geduld wint tijd. Mooi vak. Gaan we verder nog iets leuks doen?  

Roy Beijaert 7 maart 2020

Yep, net nieuw bedrijfje opgericht. 'Hippocratekst'.

Verder lezen