Wetenschap

Hormoongebruik in de overgang en het ovariumcarcinoom

0 reacties
Gepubliceerd
10 mei 2008

Vraagstelling

Verhoogt hormoongebruik in de overgang het risico om een ovariumcarcinoom te ontwikkelen?

Betekenis voor huisarts en patiënt

Afgelopen jaar is het NHG-Standpunt Hormoongebruik in de overgang aangepast naar aanleiding van nieuw aangetoonde verhoogde risico’s op hart -en vaatziekten en mamma- en endometriumcarcinoom.1 In de spreekkamer en bij herhalingsreceptuur moet de huisarts een op de individuele patiënt toegesneden afweging maken. Het is de taak van de huisarts om de patiënt goed over de risico’s in te lichten. De resultaten van dit onderzoek laten een nieuw risico zien: het ovariumcarcinoom.2

Korte beschrijving

Inleiding Hormonale substitutie wordt regelmatig gebruikt bij vasomotore klachten in de overgang die het dagelijks leven beïnvloeden. Over het werkingsmechanisme van hormonen bij het ontstaan van ovariumcarcinoom is nog weinig bekend. Desalniettemin laat dit onderzoek zien dat er wel een effect lijkt te bestaan. Onderzoeksopzet Prospectief cohortonderzoek in Groot-Brittannië met deelnemers uit de UK Million Women Study. De gegevens werden verkregen door middel van vragenlijsten. Patiëntenpopulatie De onderzoekers includeerden 948.576 vrouwen. In de analyse corrigeerden ze voor factoren als leeftijd, uterusextirpatie, roken en oraal anticonceptiegebruik. Primaire uitkomstmaat Risico op ontwikkelen van ovariumcarcinoom en dientengevolge overlijden bij hormoongebruik Resultaten Van de 948.576 vrouwen gebruiken er 287.143 (30%) hormonen en hebben 186.751 (20%) ooit hormonen gebruikt. De deelnemers werden gemiddeld 5,3 jaar gevolgd. Het relatieve risico (RR) op ovariumcarcinoom is bij de hormoongebruikers versus nooit-gebruikers 1,20 (95%-BI 1,09-1,32). Daarnaast geeft langduriger gebruik een groter risico: &lt 5 jaar RR 1,05 (95%-BI 0,90-1,23), 5-9 jaar RR 1,24 (95%-BI 1,09-1,41) en > 10 jaar RR 1,3 (95%-B 1,27-1,53). Het maakte niet uit of de vrouwen alleen oestrogenen, dan wel een combinatiepreparaat gebruikten. Bij een huidig hormoongebruiker is het RR om aan een ovariumcarcinoom te overlijden 1,23 (95%-BI 1,09-1,38). Er was geen significant verschil aantoonbaar tussen de ‘ooit-gebruikers’ en ‘nooit-gebruikers’ wat betreft de mortaliteit als gevolg van een ovariumcarcinoom. Conclusie van de onderzoekers Het onderzoek suggereert dat hormoonbehandeling (> 5 jaar) een risicofactor is voor het ontstaan van ovariumcarcinoom. Dit resultaat komt nog bij het al aangetoonde risico op mamma- en endometriumcarcinoom bij hormoonbehandeling. Bewijskracht Prospectief cohortonderzoek (2b:).3

Froukelien van der Mooren en Arie Knuistingh Neven

Reacties

Er zijn nog geen reacties