Nieuws

Huisarts en gezin

Gepubliceerd
10 juli 2001

De ontwikkeling van de huisarts is volgens velen sterk gekoppeld geweest aan de veranderende gezinsstructuur in de jaren vijftig. Binnenkort komt daar in dit tijdschrift wellicht meer aandacht voor. Beltman promoveerde onlangs op een lezenswaardig proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. 1 Hij betoogt dat na de oorlog de tolerantie voor mensen met een verstandelijke handicap binnen de gewone gezinsstructuren afnam. “Vanuit de gezinsideologie drongen huisartsen en maatschappelijk werkers er bij ouders op aan hun gehandicapte kinderen zo vroeg mogelijk uit huis te plaatsen. Daarbij werd het unicum van ‘zwakzinnigheid’ ruim geïnterpreteerd.” Huisartsen zijn een product van hun tijd en in die jaren werden ‘onmaatschappelijke groepen’ ook nog naar gestichten op de hei gestuurd, dus zal er ongetwijfeld -achteraf bekeken- her en der ongepaste druk zijn uitgeoefend. Of dat systematisch gebeurde, valt op grond van het wel zeer beperkte onderzoeksmateriaal (interviews met enkele ouders) niet te zeggen. Jan van Es, de eerste hoogleraar huisartsgeneeskunde, promoveerde trouwens in 1959 op het onderwerp ‘Gezinnen met zwakzinnige kinderen’. Aandacht voor de geschiedenis van de huisarts is prima, maar een beetje evenwichtiger zou wel aardig zijn. (JZ)

Literatuur

  • 1.Beltman H. Buigen of barsten; hoofdstukken uit de geschiedenis van de zorg aan mensen met een verstandelijke handicap in Nederland 1945-2000. [Dissertatie] Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2001

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen