Nieuws

Huisartsen tussen 40 en 50 jaar meest honkvast

0 reacties
Gepubliceerd
10 december 2006

Van de vijf huisartsen zijn er na vijf jaar nog vier werkzaam in dezelfde praktijk. De arbeidsmobiliteit hangt af van leeftijd en geslacht van de huisarts. Naast de oudere huisartsen die vaak de praktijk verlaten, veranderen ook jonge, vooral vrouwelijke huisartsen relatief vaak van praktijk.

Vooral oudere mannelijke huisartsen verlieten de praktijk

Tussen 2000 en 2005 verliet 1 op de 5 huisartsen de praktijk waar ze in 2000 werkzaam waren. Van de mannen die stopten, was 60% in 2000 ouder dan 55 jaar en van de vrouwen 12%. Deze verschillen hebben vooral te maken met de leeftijdsopbouw van de huisartsenpopulatie. Mannelijke huisartsen zijn gemiddeld (veel) ouder: 15% is in 2000 ouder dan 55 jaar tegenover 2% van de vrouwen (figuren 1 en 2).

Jonge vrouwelijke huisartsen switchen vaker

Van de vrouwen onder de 40 jaar heeft een kwart de praktijk waar ze in 2000 werkte, in 2005 alweer verlaten, tegenover 13% van de mannelijke collega’s. Niet alleen de aantallen maar ook de redenen van uitstroom verschillen tussen mannen en vrouwen. Eén op de 6 startende vrouwelijke huisartsen vestigde zich tussen 2000 en 2005 in een andere plaats, tegenover 1 op de 12 van de mannelijke collega’s. Het percentage jonge vrouwen dat in 2005 niet meer als huisarts werkte, is ook groter dan bij mannen: 9% tegenover 4,5%.

Huisartsen tussen de 40 en 50 jaar meest honkvast

Een patiënt die staat ingeschreven bij een huisarts van 60 jaar of ouder, weet vrij zeker dat hij binnen de komende 5 jaar een nieuwe huisarts krijgt. In feite geldt ook voor patiënten van 55-jarige huisartsen dat de kans al aanzienlijk is dat deze in de komende 5 jaar zal vertrekken. Eenderde van de huisartsen die in 2000 55 jaar waren, was in 2005 vertrokken. Verrassend is dat ook patiënten met een jonge huisarts rekening moeten houden met een wisseling van de wacht, zeker als het een vrouwelijke huisarts betreft. Huisartsen tussen de 40 en 50 jaar zijn het minst geneigd de praktijk te verlaten. Van de mannen in deze leeftijdscategorie die in 2000 gevestigd waren als huisarts is in 2005 ruim 90% nog steeds op dezelfde locatie gevestigd. Van de vrouwelijke leeftijdsgenoten is dat 85%.

Conclusie

Huisartsen zijn erg honkvast. Elk jaar krijgt 3-4% van de Nederlandse bevolking te maken met vertrek van hun huisarts. Hecht men aan een langdurige relatie met de huisarts, dan geeft een (mannelijke) huisarts tussen de 40 en 50 jaar de beste garantie. Bij hen is de kans het grootst dat zij in de komende jaren in dezelfde praktijk blijven werken. Natuurlijk verlaten niet alleen huisartsen de praktijk, maar ook patiënten. In de gemiddelde praktijk verandert jaarlijks 12% van de patiëntenpopulatie door in- en uitschrijving. Alles bij elkaar aardig wat fluctuaties.

Gegevens zijn afkomstig uit de huisartsenregistratie die het NIVEL sinds 1970 bijhoudt in opdracht van het Ministerie van VWS. Deze registratie bevat onder andere gegevens over vestiging, leeftijd en geslacht van alle in Nederland werkzame huisartsen. Voor meer informatie en een methodologische verantwoording zie: www.nivel.nl en www.nhg.org. Dit onderzoek maakt deel uit van het jubileumonderzoek over continuïteit in de huisartsgeneeskunde ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen