Nieuws

Inkomen, ongelijkheid en verkiezingen

Gepubliceerd
10 maart 2002

Armoede zorgt voor een kortere levensverwachting, dat is een betrekkelijk hard gegeven. Sinds 1992 leefde het idee dat inkomensongelijkheid in een regio of land een negatieve invloed had op de levensverwachting van de gehele bevolking. Verkleining van inkomensverschillen zou dan niet alleen goed zijn voor de mensen met een laag inkomen, maar ook voor de rijken. Die relatie blijkt er bij nader onderzoek mogelijk alleen in sommige streken van de VS te zijn. Prospectieve onderzoeken in Denemarken 1 en Japan 2 met adequate analysetechnieken laten zien dat het individuele inkomen wel de levensverwachting beïnvloedt, maar niet van de totale groep. In de VS bleek er in onderzoek met gegevens uit 1997 en 1998 in 60 regio's geen invloed van inkomensongelijkheid op het vóórkomen van chronische aandoeningen, maar wel van het gezinsinkomen en de opleiding. 3 Hoewel er nu een argument ontbreekt om regeringen en de rijken aan te zetten tot het verkleinen van de inkomensverschillen, blijft het een harde noodzaak om te proberen de onaanvaardbare verschillen in gezondheid tussen de verschillende inkomensgroepen te verkleinen. Ook in Nederland zijn er aanzienlijke verschillen in gezondheid tussen de verschillende inkomensgroepen. In de komende verkiezingen gaat het ongetwijfeld weer over de wachtlijsten als metafoor voor de staat van onze gezondheidszorg, alsof die ook maar iets te maken hebben met de echte ‘volksgezondheid’. Als er in de verkiezingsprogramma's al iets staat over de relatie inkomen en gezondheid, dan is het alleen over nominale of inkomensafhankelijke premies. Straks ben je als laagverdiener wel eerder aan de beurt voor je hartoperatie, maar nog steeds veel jonger dan mensen met een bovenmodaal inkomen. Of dat nu de bedoeling van gezondheidszorgsbeleid is, vraag ik me af. (JZ)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen