Nieuws

Intermezzo

0 reacties
Gepubliceerd
10 november 2001

Nadat in korte tijd haar man en zoon – beiden veel te jong -gestorven waren, heeft P. de draad van haar leven weer opgepakt. Zo lijkt het althans. Want wie goed kijkt, ziet in haar ogen haar verdriet schrijnen, verdriet waarvoor geen troost bestaat. Bij een dergelijk ontroostbaar verdriet hoort een lied met een hartverscheurende tekst, zoals die in een aria van Händel waarin een bittere Maria haar hart uitstort: ‘Toen ik de moeder van een God werd// Om uiteindelijk te moeten zien hoe een God sterft// Het spijt me, eeuwige Vader,// Maar Uw genade is me een grote kwelling.’ Hier is geen plaats voor heiligheid, voor verhevenheid. Hier horen we het naakte verdriet van een vrouw die weliswaar de moeder van God, maar in de eerste plaats de moeder van haar gestorven zoon is. Georg Friedrich Händel moet zeldzaam geïnspireerd zijn geweest toen hij deze tekst op muziek zette. Het stuk vind ik huiveringwekkend verdrietig. De muziek is totaal onopgesmukt, teruggetrokken in haar essentie. De melodie, zo kaal – is het wel een melodie te noemen? – wordt begeleid door strijkers die meestal zonder vibrato spelen. Door de droge klank van het clavecimbel heeft het ensemble een ijzige klank. De akkoorden zijn leeg en transparant. De stem van de mezzosopraan Anne Sofie von Otter heeft een diep bronzen timbre. Die geeft de melodie en de woorden een donkere ondertoon van ingehouden woede, verstikte verbittering, geen illusie van troost voor dit onvergeeflijke sterven. Nadat ze haar partij voltooid heeft, gaat het orkest nog kort door. De klank wordt kleiner, iedere melodie trekt zich terug. Ten slotte blijven een paar kale noten over. Zonder vibrato, losse snaren: koud als een bundel verdord sprokkelhout in de winter.

Bas Baanders

Literatuur

  • 0.George Frederic Handel: Marian Cantatas & Arias. Anne Sofie von Otter, Musica Antiqua Köln olv Reinhard Goebel (Deutsche Grammophon 439 866-2), track 14

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen