Nieuws

Intermezzo

Gepubliceerd
10 maart 2002

Kees van Kooten is schuldbewust, als hij naar zijn dementerende moeder kijkt: ‘Mijn moeder was negenentachtig jaar oud, ik had haar nog nooit zien huilen en wij hielden heel veel van elkaar; zij dag en nacht van mij, ik iets minder vaak van haar’. Dementie maakt weerloos. Zijn moeder heeft een niet bloeiende sering in haar tuin staan, waarvan de tuinman heeft geadviseerd deze weg te laten halen. Dit stuit de moeder tegen de borst omdat hij geen verweer heeft. Van Kooten beschrijft in Annie het afscheid van zijn moeder die aan het eind van haar leven in een verzorgingshuis wordt opgenomen. Thuis leest hij de aantekeningen die zijn moeder maakte over gelezen boeken. Onder de letter K ziet hij de titel

De gebroeders Karamazov en verzucht: ‘Hoe heb ik haar toch met zeshonderd pagina's Dostojevski durven opschepen: Dostojevski, van wie ik, ondanks grote plannen, zelf nooit een letter heb gelezen!’ Opnieuw sluimert een schuldgevoel in die woorden. Maar schuld of niet, alles is uitzichtloos, want zelfs literatuur helpt niet: ‘Mijn hele generatie heeft zijn ouders Hersenschimmen van Bernlef cadeau gegeven, in de hoop hun ontgeestelijking te bezweren, maar mijn moeder was vergeten dat zij het had gelezen.’

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen