NHG forum

Interview met

Gepubliceerd
10 oktober 2001

Samenvatting

Half september trad Pim Assendelft aan als hoofd van de NHG-afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschapsbeleid. Eén dag in de week werkt hij nog in zijn praktijk in Amsterdam; de overige vier dagen is hij te vinden op het NHG. Er komt dus een einde aan zijn werk bij het Dutch Cochrane Center, en ook promo-vendi aan het AMC zullen het zonder zijn begeleiding moeten stellen. Terwijl zijn zoontje Tomás, 6 maanden oud, voor veel gezelligheid op de achtergrond zorgt, vertelt Assendelft over zijn plannen in zijn nieuwe functie.

Wat was je motivatie om bij het NHG te solliciteren?

‘De functie herbergt dat wat ik al jaren wil: enerzijds praktisch huisartsenwerk en anderzijds ervoor zorgen dat de resultaten van onderzoek en wetenschap als “hapklare brokken” bij de huisarts worden aangeleverd. Bovendien zal er de komende jaren heel veel op de huisarts afkomen, en ik vind het leuk om eraan bij te dragen dat het huisartsenwerk niet alleen hanteerbaar, maar vooral ook plezierig blijft.’

Wat mogen huisartsen dan verwachten waar ze ook echt iets aan hebben?

‘De afdeling blijft natuurlijk richtlijnen maken. Deze vatten immers de stand van de wetenschap samen voor de huisarts. Die richtlijnen zijn niet alleen gemakkelijk in opleiding en nascholing, maar zorgen er ook voor dat de huisarts niet alles zelf hoeft bij te houden. Er is wel eens wat weerstand tegen, maar het zou voor de huisarts veel meer werk vergen aan nascholing, bijblijven en lezen als de standaarden er niet zouden zijn. De actualisering van de richtlijnen moet ook gewoon doorgaan, maar kan misschien wel wat soepeler worden opgepakt. Je ziet bijvoorbeeld bij standaarden over ‘grote’ onderwerpen dat de ontwikkelingen sneller gaan dan de actualiseringen kunnen bijbenen. Mogelijk kan dat op een andere manier worden aangepakt, bijvoorbeeld door recente bevindingen op internet te zetten. Verder zie ik veel heil in de ontwikkeling van “NHG-Houvasten”. En – om maar eens heel erg op de dingen vooruit te lopen – misschien kan er een “zorgportaal voor huisartsen” worden ontwikkeld. Bij actuele problemen weet dan iedereen: daar moet ik zijn!’

Vaak hoor je dat evidence-based medicine de huisartsgeneeskunde kil en zakelijk zou maken.

‘Maar dat is echt niet zo. Al sowieso betrekt de afdeling tegenwoordig de patiënten bij de ontwikkeling en implementatie van de richtlijnen. Maar ook maakt evidence-based werken het beleid expliciet en daar mag de patiënt natuurlijk over meedenken. Het is een hardnekkig misverstand dat je als “evidence-based huisarts” niet je eigen expertise en de situatie van de individuele patiënt zou laten meewegen in je beslissingen. Je kunt rustig – beredeneerd – afwijken van richtlijnen, als je maar weet wat daarvan de consequenties zijn. En het laatste argument is dat het gewoon leuk is als je ergens veel van af weet; een aspect dat overigens ook door de patiënt heel erg wordt gewaardeerd.’

Wijk je zelf wel eens af van de standaarden?

‘Niet vaak. Het beroemde voorbeeld is antibiotica. Als je weet wat de bijwerkingen zijn en hoe het zit met resistentievorming, dan moet je toch wel heel goede redenen hebben om nog antibiotica voor te schrijven in gevallen waarin onderzoek heeft aangetoond dat ze het ziektebeloop niet of nauwelijks beïnvloeden.’

Wat wordt je belangrijkste motivatie in je nieuwe functie?

‘Hou het werk van huisartsen leuk en interessant. Neem ze werk uit handen. En breek een lans voor datgene waar je voor staat!’ (AS)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen