Nieuws

Interview met congresvoorzitter

0 reacties
Gepubliceerd
20 mei 2001

Samenvatting

Ruim 27 jaar werkt André Haverkort al in een groepspraktijk, en niet alleen daarmee was hij een ‘voorloper’, want ook koos hij al jaren geleden voor een parttime invulling van het huisartsenvak. Naast zijn praktijk is hij zeer actief op diverse gebieden van het onderwijs en verleent hij supervisie aan huisartsen. Voor het NHG was hij tweemaal lid van de standaardenwerkgoep Cholesterol en heeft hij zitting in de Registratiecommissie Supervisoren. Dit jaar is hij op verzoek van het NHG voorzitter van de Wetenschappelijke Programma Commissie van het NHG-Congres 2001 ‘In de geest van de tijd. Huisarts en GGZ’

Vanwaar je belangstelling voor de GGZ?

‘Eigenlijk heeft de GGZ altijd wel mijn belangstelling gehad. Zo heb ik de eerste (experimentele) huisarts-supervisorenopleiding gevolgd en verzorgde ik in het basisonderwijs een blok psychoproblematiek. En in mijn eigen praktijk heb ik altijd veel aandacht besteed aan gespreksvoering. Wij deden altijd heel veel zelf en verwezen maar weinig naar andere hulpverleners.’

Wat maakt die GGZ zo interessant?

‘Het is een onderdeel van je werk waarmee je dagelijks te maken hebt, en het brengt je dichter bij de mensen. Je wordt op je persóón aangesproken, en niet zozeer op je medisch-technische vaardigheden. Je probeert echt contact te leggen, iemand over de drempel te helpen, vertrouwen te scheppen. Je wordt dus aangesproken op je persoonlijke kwaliteiten: “De dokter als medicijn”. En heel vaak kun je als huisarts prima zorg verlenen aan patiënten met psychische problematiek. Bij relatieproblemen bijvoorbeeld; als je daarin adequaat hebt kunnen helpen, zijn de problemen vaak voor heel lange tijd en soms zelfs voorgoed opgelost. Maar ook bij depressies kun je heel veel doen. Dat geeft dan veel bevrediging.’

Wat vind je belangrijk tijdens het congres?

‘We proberen er natuurlijk hoe dan ook een stimulerend en enthousiasmerend congres van te maken, maar bovenal wordt er veel aandacht aan gegeven dat de GGZ het werk van de huisarts niet zwaarder mag maken, en liefst zelfs lichter. Dus kijken we naar wat wezenlijk is en wat we willen handhaven, met de nadruk op hoe we dat zodanig kunnen uitvoeren dat het niet tot meer werk leidt. Zo komt er bijvoorbeeld een centrale workshop over de geestelijke gezondheid van de huisarts zelf, die alle deelnemers zullen bijwonen. De gedachte hierachter is dat we straks wegens het huisartsentekort geen dokter meer kunnen missen, dus dat we ervoor moeten zorgen dat er geen “uitvallers” meer zijn. Anders gezegd, we moeten burn-out voorkomen: wat zijn daarvan de risicofactoren en hoe kunnen we die beïnvloeden? Een tweede centrale workshop gaat over de taakopvatting van de huisarts op het gebied van de GGZ. De Werkgroep Onderzoek Kwaliteit Huisartsgeneeskunde (WOK) is gevraagd om een evaluatieonderzoek te doen naar het centrale thema voor de komende jaren rond de GGZ. Als eerste onderdeel van dat onderzoek verzamelt de WOK gegevens voor de “nulmeting”. De resultaten daarvan zullen tijdens het congres worden gepresenteerd. Verder hebben we als “toelatingseisen” voor programmaonderdelen gehanteerd dat een onderwerp inspirerend, belangrijk en taakverlichtend moet zijn en dat er iets nieuws over te vertellen is. Ik denk dat het zo een boeiend en gevarieerd congres wordt.’

Wat hoop je aan het einde van de congresdag te hebben bereikt?

‘Ik hoop dat de congresdeelnemers veel nieuwe ideeën opdoen, maar bovenal dat ze weer met een “NHG-gevoel” naar huis gaan: dat ze “erbij horen” en geïnspireerd zijn. Er liggen bedreigingen voor de huisartsgeneeskunde op de loer in de komende jaren, dus is het belangrijk dat de deelnemers het gevoel houden dat ze een fantastisch vak hebben en deel uitmaken van een goede beroepsgroep. Dat gevoel van “samen staan we sterk”, dat wil ik het liefste meegeven.’ (AS)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen