NHG forum

Interview met Heert Dokter: ‘Menselijke aspect is nu geïntegreerd’

0 reacties
Gepubliceerd
8 januari 2019
In deze rubriek portretteren we bijzondere huisartsen. Dit keer spreken we een man die gerust een begrip genoemd mag worden: Heert Dokter, naamgever van een prijs voor wetenschappelijk onderzoek, voormalig NHG-voorzitter en pionier in de arts-patiëntrelatie.

Prof.dr. H.J. Dokter (nu 93 jaar) begon in 1957 als 31-jarige huisarts in Amsterdam en werd toen ook lid van het net opgerichte NHG. Van 1968 tot 1972 was hij NHG-voorzitter, in 1973 werd hij hoogleraar en afdelingshoofd Huisartsgeneeskunde van wat nu heet Erasmus MC Rotterdam.

Wat wilde u bereiken als jonge arts?

Heert Dokter: ‘Toen ik begon als huisarts, in de jaren vijftig, was de specialist alles, de huisarts was een soort loopjongen. Er bestonden destijds nog geen vakgroepen Huisartsgeneeskunde en ook als vak werd het niet gedoceerd. Er kwam geen huisarts te pas aan je huisartsenopleiding. Stage lopen in een huisartsenpraktijk deed je hooguit op eigen initiatief. Dat soort dingen is door het NHG veranderd.

Men dacht, als je van de specialistische vakken genoeg weet, interne, chirurgie, anatomie, dan kun je ook best huisarts worden. Het vak was zo mechanistisch. Over het relationele, menselijke aspect sprak men niet. Maar als student geneeskunde vond ik al: die kennis is wel belangrijk, maar de menselijke aspecten zijn dat ook, daar moet meer aandacht voor komen.’

‘Stop het niet weg, praat erover met collega’s’

Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?

‘Meteen als studenten hebben we een medisch dispuut opgericht dat over andere aspecten van geneeskunde ging. Ik werd in 1957 huisarts, meteen in combinatie met Balintgroepen. De psychoanalyticus Balint vertaalde inzichten in de mens voor huisartsen. Het ging mij niet om psychologie, maar om die inzichten. De patiënt heeft gevoelens voor de arts, en andersom. Aantrekkingskracht bijvoorbeeld. Dat mocht toen niet, dus men deed of het niet bestond. Of een arts die als kind door zijn ouders is mishandeld, dat beïnvloedt het contact. Dat kan negatief of positief zijn, maar het gaat erom dat je je ervan bewust bent, ook van dat er dingen zijn die je je niet bewust bent.

Ik heb echt het gevoel dat ik dat inzicht in de arts-patiëntrelatie onder de artsen heb gebracht. Dat bewustzijn. Tegenwoordig wordt dat in de opleiding gedoceerd, maar destijds werd er niet over gesproken. Medische psychologie bestond nauwelijks. Ik ging samenwerken met Frans Verhage, later hoogleraar medische psychologie in Rotterdam, waar ik huisarts werd. Tweewekelijks begeleidden we het groepsproces in Balintgroepen op de Zeeuwse eilanden, heel goed was dat.’ Wat Balintgroepen deden en doen, is nu geïntegreerd in de intervisie tijdens en na de opleiding: ‘Jongere huisartsen in opleiding zijn nu gewend om in groepen dingen te bespreken, ook het persoonlijke.’

Hielpen de speerpunten van het net opgerichte NHG?

Het NHG ontstond in 1956. Heert Dokter was nog te jong voor het selecte gezelschap van de Woudschotenconferentie van 1959, waar men voor het eerst de kernwaarden en speerpunten van het huisartsenvak ijkte: ‘Het NHG was in het begin erg gericht op praktijkvoering. De administratie van huisartsen voldeed niet: niet voor de medische gegevens per patiënt, maar ook niet om populatiegegevens zoals over morbiditeit bij te houden. Dat heeft het NHG echt op een hoger plan gebracht. Belangrijk, maar ik had meer met de arts-patiëntrelatie.’ En ook dat was een van de vier NHG-speerpunten in de beginjaren. Dokter: ‘Het NHG begreep dat de Balintgroepen tot het terrein van het NHG behoorden, dat dat intermenselijke aspect een verantwoordelijkheid van het NHG is. Als NHG-voorzitter heb ik dat uiteraard beïnvloed.’

‘Mensen weten me te vinden omdat ik hoogleraar huisartsgeneeskunde ben geweest. Ik blijf op de hoogte en stuur nog elk jaar de winnaar van de later naar mij genoemde prijs een e-mail om te feliciteren.’ Wat wil Dokter de huisartsen van nu meegeven? Dokter: ‘Als ik hoor dat jonge artsen juist veel oog hebben voor de arts-patiëntrelatie, denk ik, ga zo door, stop het in vredesnaam niet weg, praat erover met collega’s.’

Op 21 januari worden de herijkte kernwaarden en kerntaken gepresenteerd tijdens de Woudschotenconferentie. Wilt u meer informatie over dit project, dat een initiatief is van het NHG, InEen, LHV, Het Roer Moet Om, LOVAH, IOH, Landelijke Huisartsen Opleiders Vereniging (LHOV) en VP Huisartsen? Bezoek de website Toekomst Huisartsenzorg.

Reacties

Er zijn nog geen reacties