NHG forum

Interview met Jacintha van Balen over de Nationale Onderzoeksagenda

Gepubliceerd
7 december 2018
In deze rubriek portretteren we huisartsen die iets bijzonders doen. Jacintha van Balen is praktiserend huisarts en wetenschappelijk medewerker van het NHG. Zij coördineerde de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde, die dit jaar een subsidie van twee miljoen kreeg.
0 reacties

Jacintha van Balen is hidha in Nieuwegein in een praktijk met een gemêleerde populatie. Ze maakt als wetenschappelijk medewerker NHG-Standaarden en samenwerkingsrichtlijnen en is voortrekker van de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde.

Kennislacunes kunnen eindelijk onderzocht worden

Werk je nog steeds als huisarts?

Jacintha van Balen: ‘Hoe langer ik bij het NHG werk, hoe fijner ik het vind dat ik ook praktiserend huisarts ben. De praktijk kan ik goed gebruiken voor alles wat ik bij het NHG doe. Alle discussies bij het NHG herken ik in de praktijk, zoals toen we in 2009 de LTA Chronische nierschade hadden gemaakt. Ik zag in de praktijk de diagnostische knelpunten. Samen met de werkgroep hebben we toen een stroomdiagram gemaakt. Onze praktijkondersteuner was zo blij met dit schema. Dat geeft me veel voldoening.’

Waarom begon je met de onderzoeks-agenda?

‘Toen ik werkte bij de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO), nu de Gezondheidsraad, had ik gemerkt dat een onderzoeksagenda een enorme stimulans kon zijn voor onderzoek. In de tweede lijn heb je een hausse van dat soort agenda’s, maar de huisartsgeneeskunde had die nog niet. Als het NHG een standaard maakt, signaleren we het als we iets niet weten en er onvoldoende onderzoek is om een goede aanbeveling te doen over knelpunten in de praktijk. Zo’n vraag komt in de lacunebak. Een mooie kennislacune vind ik bijvoorbeeld: wat is de kosteneffectiviteit van een calprotectinebepaling bij volwassenen en kinderen met chronische buikpijn? In de tweede lijn past men die test veelvuldig toe; kan die in de eerste lijn verwijzingen verminderen of gerichter maken? We signaleren zo’n lacune zodat er meer onderzoek komt en we betere aanbevelingen kunnen doen. Ik heb me er daarom sterk voor gemaakt dat we de kennislacunes gingen gebruiken om een onderzoeksagenda te maken.

We wilden niet te hard gaan, eerst alle partijen mee krijgen. Daarmee hoopten we draagvlak te creëren zodat iemand ook echt onderzoek gaat doen naar die kennislacunes. Onderzoeksafdelingen en UMC’s en andere partijen zoals de Patiëntenfederatie en onderzoeksfondsen zijn allemaal gezamenlijk opgetrokken. Heel inspirerend was dat we samen met de adviesgroep met veel denk- en praatwerk een methodiek hebben uitgedacht waarmee we een evenwichtige, praktische onderzoeksagenda konden samenstellen. De onderzoekagenda ontwikkelen is wel heel veel werk geweest. We hadden al meer dan vierhonderd onderzoeksvragen uit de lacunebak van de standaarden. Door de inbreng van stakeholders en de methodiek werden dat er bijna achthonderd. Hoe die onderverdelen, prioriteiten stellen? Een enorme klus. NHG-collega’s Jolanda Wittenberg, Debby Keuken en Anita Wittebol hebben veel werk verzet. Doorslaggevend voor het proces waren ook voorzitter van de adviesgroep André Knottnerus, en Jako Burgers.

Jacintha van Balen is hidha in Nieuwegein in een praktijk met een gemêleerde populatie. Ze maakt als wetenschappelijk medewerker NHG-Standaarden en samenwerkingsrichtlijnen en is voortrekker van de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde.

Gezamenlijk optrekken zorgde voor draagvlak

Ben je tevreden met het resultaat?

Toen we begonnen met de onderzoeksagenda, was het niet duidelijk of er budget zou komen om het onderzoek werkelijk uit te voeren. Niet lang na het uitkomen van de onderzoeksagenda werd in het onderhandelingsakkoord huisartsenzorg 2019-2022 twee miljoen euro toegekend voor de uitvoer van onze onderzoeksvragen. Onze methodiek heeft ervoor gezorgd dat de onderzoeksagenda breder is dan onze standaarden: niet alleen medisch inhoudelijke onderwerpen zoals diabetes of hart- en vaatziekten, maar ook bredere thema’s zoals e-health en innovatie, geestelijke gezondheidszorg en gedeelde besluitvorming. Daar ben ik enorm blij mee. Ik wil dat ons werk in de praktijk beter wordt, beter onderbouwd op grond van onderzoek.’

Zie NHG.org/onderzoeksagenda

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen