Nieuws

James Willis en het NHG-congresthema

Gepubliceerd
10 november 2005

James Willis, een Engelse huisarts, schreef halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw een mooi boekje over de paradox van de vooruitgang. De congrescommissie heeft hem dit jaar gevraagd om de openingslezing te houden. In het programmaboekje kondigt hij aan in zijn lezing weer het paradoxale karakter van vooruitgang te bespreken, dit keer aan de hand van het congresthema. In zijn boek illustreert hij de paradox met heel herkenbare voorbeelden uit zijn dagelijkse praktijk en de praktijk van de gezondheidszorg als organisatie. Een mooi voorbeeld is het stuk waarin hij beschrijft hoe de wijkverpleegkundigen uit het district tijdens een vergadering te horen krijgen van de leidinggevende dat ze eigenlijk zonder training niet in staat zijn om iemand op te vangen die net zijn vrouw verloren heeft, zoals een van de verpleegkundigen vlak voor de bijeenkomst gedaan heeft. Willis waagt het met deze dame in discussie te gaan en vraagt haar of het ook mogelijk is dat je tijdens een dergelijke training dingen afleert die je juist goed kunt gebruiken in dit soort situaties; zoals een spontane menselijke reactie. Nee, is het antwoord, een training is per definitie goed. En, al zegt ze dat niet hardop, je loopt achter als je dat niet in wilt zien. Vooruitgang betekent dat we steeds meer weten, maar ook steeds meer vergeten wat we niet weten, en misschien ook nooit te weten komen. Willis gebruikt voor dit fenomeen de term ‘de vervormende blik’. Door te focussen op een detail, sluit je al het andere, dat misschien net zo relevant is voor je begrip van de situatie, uit. Focussen is niet per se verkeerd. Je hebt het nodig omdat je niet alles tegelijkertijd kan overzien en begrijpen. Maar het is niet handig als je vergeet dat je focust en daarmee een aantal andere zaken buitensluit. Dan kom je tot de specialistische vervormende blik: om de preventie van hart- en vaatziekten te optimaliseren moeten we er veel meer tijd in steken dan we nu doen – en dat is eigenlijk al veel (zie ook de LINH-column op p. 593). Eigenlijk moeten we er al onze tijd in steken: dan sterven mensen tenminste niet meer aan hart- en vaatziekten. Of dokters en patiënten dan nog tijd over hebben voor andere zaken, en of patiënten een gelukkig leven hebben, en waaraan ze dan moeten sterven, dat zijn vragen die de cardioloog ‘gelukkig’ niet hoeft te beantwoorden. Willis betoogt dat niet alleen specialisten lijden aan deze vervormende blik: ook de media hebben er een handje van. Ze focussen op ellende, bijvoorbeeld de slechte toestand in verpleegtehuizen, ze vergroten deze uit en willen het liefst menselijk falen als mogelijke oorzaak aanwijzen. De roep om betere regulering klinkt steeds luider. De vooruitgang lijkt vooral te bestaan uit steeds meer regels, omdat we alle risico’s willen uitbannen. Het gevaar van regels is dat ze het zelfstandig denken en handelen steeds meer belemmeren en onmogelijk maken. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid om je vak zelfstandig, met plezier, maar vooral goed uit te oefenen. Maar onze regering heeft daarop wel een antwoord zoals Vincent Bijlo op Prinsjesdag in de NRC schreef: ‘We zullen eens kijken wat we kunnen regelen, of we regels kunnen bedenken die het mogelijk maken tot minder regels te komen.’

Henriëtte van der Horst

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen