Praktijk

Jubileumkwalen

Gepubliceerd
10 januari 2007

Wanneer het omslagmoment precies kwam? Geen idee eigenlijk. Ik kan mij niet meer herinneren wanneer de lust tot het uitbundig vieren van mijn verjaardag verdween. Vermoedelijk ergens tussen mijn dertigste en veertigste, denk ik nu. De belangrijkste kaarten van het leven zijn dan namelijk geschud: je studie is afgerond, je werkt als huisarts (zonder dat een carrièreswitch nog mogelijk lijkt, maar dit terzijde), het vertrouwen dat je dat vak aankunt is solide, je partner is een rots buiten de praktijkbranding, de hond wordt ook al wat jaartjes ouder en de kinderen groeien op, grotendeels zonder de inspanningen van hun vader. Lees dit alles vooral niet als een teken van somberheid of als oprispingen van een weemoedige geest. Verre van dat. Maar op zekere leeftijd heb je vrijwel alles al een eerste keer meegemaakt. Neem bijvoorbeeld het fenomeen van de eerste liefde. Dat is ons allemaal overkomen, inclusief alle bijkomende gedachten en emoties als: ‘dit is uniek’ en ‘dit gaat nooit voorbij’. De werkelijkheid haalde iedereen vervolgens rechts in. Vanaf die eerste liefde is geen liefde meer zo intens, fris en nieuw. Dat kan ook niet, want voortaan is er een referentiekader. Zo eenvoudig zie ik dat.

Terug naar verjaardagen. Elke verjaardag is een mini-jubileum. Tijd voor een bekentenis: ik heb jubileumallergie. En de prijs voor het ouder worden betaal je in jubileumvaluta. Het worden er namelijk steeds meer. Behalve de verjaardagen van gezins- en familieleden, zijn er die van vrienden en collega’s. Naarmate de jaren verstrijken, dringen de ‘echte’ jubilea sluipenderwijs je leven binnen. De ouders zijn zus- of zoveel jaar getrouwd, je viert je tienjarig bestaan als huisarts (ondanks alle verwoede pogingen dit vooral geheim te houden… er is altijd iemand die je ‘leuk verrast’ door daaraan te denken), trouwe patiënten vieren hun zilver- of goudkleurig huwelijk, en straks zijn er ongetwijfeld ook nog kleinkinderen. Deze lijst is nog lang niet volledig. O horror. En dan bestaat het NHG ook nog eens vijftig jaar, onze eeuwig jonge wetenschappelijke vereniging (waarmee ik - eindelijk - een paar woorden typ die mijn eindredacteur zeker niet zal schrappen of aanpassen) (Red.: de hatelijke aanhalingstekens rond ‘eeuwig jonge’ zijn geschrapt...). Het zij het NHG gegund, natuurlijk. En die terughoudendheid in jubileumzaken ligt aan mij, beweert trouwens ook mijn vrouw. Als anderen zijn aangestoken door jubileumkoorts, trek ik mij meestal terug, met of zonder smoes. Uitzinnig feestvieren is niets voor mij. Dat zegt dus niets over de feestvierders, maar alles over ondergetekende. Waar komt die allergie vandaan? Koppigheid? Dat kan. Eigenwijsheid? Wis en drie. Maar ik denk zelf dat het complexer ligt. Ik houd in het leven van de onverwachte wendingen, ten goede en ten kwade. Het volle leven, zogezegd. En jubilea doen alles zoveel eenvoudiger lijken, alsof het leven al bijna achter de rug is. Laten wij wel wezen: ieder mens, elke organisatie, hoort graag anekdotes over zichzelf. Brokstukken die langzaam maar zeker de vorm aannemen van een kleine geschiedenis. Verhalen die door de jaren heen een eigen mythe worden, omgevormd tot liedjes op een trouwpartij, en eventueel nogmaals gerecycled bij een gouden huwelijksfeest. Van dat proces gruw ik. Al wens ik de feestvierders natuurlijk van harte een hoge jubileumkoorts! Iemantsverdriet

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen