Praktijk

Kennistoets: antwoorden

Gepubliceerd
31 juli 2013
1. Onjuist / 2. Onjuist
Een TIA (transient ischaemic attack) bestaat uit klachten van neurologische uitval die plotseling zijn ontstaan, maar die op het moment van presentatie aan de huisarts – telefonisch of op het spreekuur –alweer zijn verdwenen. Bevindt de verstoring van de bloedvoorziening zich in het stroomgebied van de arteria carotis interna, dan beschrijft de patiënt klachten als hemiparese, eenzijdige sensibiliteitsstoornis, afasie of amaurosis fugax. Bij een verstoring van de bloedvoorziening in het stroomgebied van de arteria basilaris komen klachten voor van parese die zich niet per se beperken tot een lichaamshelft, sensibiliteitsstoornis in linker of rechter lichaamshelft of beiderzijds, en een combinatie van vertigo, dysartrie, diplopie, dysfagie en ataxie. Op een solitair voorkomende hemianopsie of dysartrie kan geen onderscheid worden gemaakt tussen een stoornis in de cerebrale bloedvoorziening van de arteria basilaris of een van de carotiden.
Van Binsbergen JJ, Verhoeven S, Van Bentum STB, Schuling J, Beusmans GHMI, Pleumeekers HJCM, et al. NHG-Standaard TIA (eerste herziening). www.nhg.org.
3. Juist / 4. Juist / 5. juist
Aanvullend onderzoek naar kinkhoest wordt aanbevolen bij vermoeden van kinkhoest bij een patiënt in een gezin met niet-gevaccineerde of onvolledig gevaccineerde kinderen jonger dan 1 jaar en bij een gezin met een vrouw die > 34 weken zwanger is. De vorm van diagnostiek is bij volwassenen of kinderen ouder dan één jaar afhankelijk van de ziekteduur: bij hoesten korter dan drie weken is B. pertussis vaak nog aanwezig in de nasofarynx en heeft PCR de voorkeur; indien de PCR negatief is, wordt alsnog serologie ingezet. Bij hoesten langer dan drie weken heeft serologie de voorkeur. Als de van kinkhoest verdachte patiënt deel uitmaakt van een gezin met niet-gevaccineerde of onvolledig gevaccineerde kinderen of kinderen die op het punt staan geboren te worden, wordt in afwachting van de laboratoriumdiagnostiek alvast met behandeling en profylaxe gestart. Het hele gezin wordt behandeld met azitromycine gedurende drie dagen. Bij zuigelingen tot acht weken kan de eerste vaccinatie (die normaliter wordt gegeven als het kind twee maanden oud is) worden vervroegd; de eerste vaccinatie kan vanaf de leeftijd van vier weken worden gegeven.
Verheij ThJM, Hopstaken RM, Prins JM, Salomé PhL, Bindels PJ, Ponsioen BP†, et al. NHG-Standaard Acuut hoesten (eerste herziening). www.nhg.org.
6. Juist / 7. Onjuist
Overweeg bij een diabeet met een klaring &lt 60 ml/min consultatie van een internist met nefrologische belangstelling of nefroloog, met het oog op eventuele aanvullende behandelingsmogelijkheden gericht op vermindering van anemie, mogelijke problemen in de bothuishouding, stringentere behandeling van de bloeddruk (streefwaarde &lt 130/80 mmHg) om verder nierfunctieverlies te voorkómen, en eventuele aanpassing van de medicatie. Vanwege de ongunstige prognose is het belang hiervan nog groter indien tevens macroalbuminurie bestaat. De noodzaak tot aanpassing van de dosering van medicatie bij verminderde nierfunctie verschilt van medicijn tot medicijn, maar kan al bij een eGFR &lt 50 noodzakelijk zijn.
Rutten GEHM, De Grauw WJC, Nijpels G, Goudswaard AN, Uitewaal PJM, Van der Does FEE, et al. NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (tweede herziening). www.nhg.org.
De Grauw WJC, Kaasjager HAH, Bilo HJG, Faber EF, Flikweert S†, Gaillard CAJM,et al. Landelijke Transmurale Afspraak Chronische nierschade. www.nhg.org.
8. Juist / 9. Juist / 10. Onjuist
Een verhoogd TSH met een verlaagd vrij T4 in het laboratoriumonderzoek wijst op hypothyreoïdie. In ruim 90% van de gevallen is de oorzaak van hypothyreoïdie een thyreoïditis van Hashimoto, waarbij levenslange substitutietherapie nodig is.
Thyreoïditis van Hashimoto is een chronische auto-immuunziekte van de schildklier waarbij autoantistoffen kunnen worden aangetoond (anti-TPO) die tegen thyroïdperoxidase zijn gericht. De huisarts bereidt de patiënt erop voor dat hij of zij waarschijnlijk levenslang substitutietherapie nodig heeft en besteedt de nodige aandacht aan het motiveren tot therapietrouw.
Wessels P, Van Rijswijk E, Boer AM, Van Lieshout J. NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (eerste herziening). www.nhg.org.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen