Praktijk

Kennistoets: vragen

0 reacties
Gepubliceerd
5 februari 2014
De opleider en de aios voeren een leergesprek naar aanleiding van de uitslag van de sportkeuring van de 27-jarige mevrouw Boersma. Deze uitgebreide keuring werd verricht omdat ze op haar wielerclub gaat deelnemen aan competitiewedstrijden. De uitslag luidt dat er sprake is van linkerventrikelhypertrofie met verdenking op hypertrofische cardiomyopathie. De aios zegt tegen de opleider dat 1) mevrouw Boersma op grond van deze uitslag moet stoppen met deelname aan wedstrijdsport. Bovendien beweert de aios dat 2) hypertrofische cardiomyopathie vrijwel altijd erfelijk is.
1. De bewering van de aios na 1 is correct.
2. De bewering van de aios na 2 is correct.
Mevrouw Vermeer, 23 jaar, komt op het spreekuur van de huisarts. Bij haar moeder is borstkanker gevonden. Zij vraagt zich af of dit erfelijk is, omdat ook de zus van haar moeder borstkanker heeft. Bij haar moeder is op 58-jarige leeftijd en bij haar tante op 60-jarige leeftijd borstkanker gevonden. Er zijn geen andere familieleden met kanker. Mevrouw Vermeer heeft zelf geen klachten. De huisarts legt uit dat zij op basis van haar familiaire belasting een 1) niet substantieel verhoogd levensrisico (circa 10%) op borstkanker heeft.
3. De bewering na 1 is correct.
Op grond van het vóórkomen van borstkanker bij haar moeder en haar tante is bij mevrouw Vermeer screening naar borstkanker geïndiceerd.
4. Dit is correct.
Op grond van het vóórkomen van borstkanker bij haar moeder en haar tante is bij mevrouw Vermeer genetisch onderzoek naar borstkanker geïndiceerd.
5. Dit is correct.
Mevrouw De Bruin, 45 jaar, komt op het spreekuur omdat ze sinds een jaar steeds meer last heeft van schudden van haar beide handen. Haar vader had dat ook. Als ze ’s avonds een borreltje neemt, verdwijnt de klacht. Ze vraagt of ze de ziekte van Parkinson heeft. De huisarts stelt vast dat mevrouw De Bruin een tremor heeft. Op grond van de anamnese en deze bevinding twijfelt hij tussen de ziekte van Parkinson of een essentiële tremor. Voor een essentiële tremor pleit(en) in dit geval:
6. - het verdwijnen van de tremor na alcoholgebruik;
7. - het familiair voorkomen;
8. - het symmetrisch aanwezig zijn.
Mevrouw Touwens, 24 jaar, heeft gisteren brandwonden opgelopen door opspattend frituurvet. Ze heeft aan beide onderarmen een paar blaren. Ze komt nu voor controle. De blaren zijn opengegaan, het losse blaardak bedekt de wonden vrijwel geheel. Na onderzoek stelt de huisarts de diagnose oppervlakkige tweedegraads verbrandingen, van in totaal minder dan 1% van het huidoppervlak. Hij besluit dit zelf te behandelen. Hiertoe verwijdert hij eerst voorzichtig alle blaarresten.
9. Deze handeling is correct.
Vervolgens laat hij de assistente de wonden afdekken met een hydrocolloïdverband.
10. Deze behandeling is in dit geval correct.
De antwoorden staan op pagina 104.

Reacties

Er zijn nog geen reacties